Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeders over haar wilde jongens en meisjes of over de zoogenaamde vernielzucht der kleinen, en toch doen deze gewoonlijk zoo weinig kwaad.

„Ons klimaat verbiedt dikwijls het spelen buiten, en al was dit niet zoo, moeder zendt haar kleintjes van drie en vier jaar niet graag zonder toezicht den tuin in of de straat op. Aan allerlei gevaren staan de kinderen bloot, als ze alleen buiten zijn; maar dikwijls aan niet minder gevaren, wanneer ze onder de hoede gesteld zijn van broertjes of zusjes, buurjongens of buurmeisjes. In het beste geval worden de kleinen behoed voor lichamelijk letsel; het veel ergere moreele letsel, daarvan komt men nooit of slechts bij toeval iets te weten.

„Heeft de moeder tijd om zich met haar kinderen te bemoeien? In verreweg de meeste gevallen niet. Denk maar eens aan onze arbeidersgezinnen, waar de vrouw des huizes alleen moet zorgen, dat man en kinderen schoon en helder voor den dag komen, dat het eten op tijd klaar is, dat de boel aan kant komt, dat de kleeren gemaakt en hersteld worden, en waar nog zooveel kleine, dagelijks terugkeerende bezigheden meer beslag leggen op haar tijd. En dan de vrouw, die enkele of soms alle dagen haar huis uit moet om aan het meestal kleine loon van den man iets toe te voegen, verdiend door haar arbeid buitenshuis. Waarheen moeten die kleintjes tijdens haar afwezigheid? En wat doen die andere kleintjes, als moeders hoofd thuis omloopt van de drukte ?

„De meer gegoede moeder zoekt op de drukke uren van den dag hulp bij een kindermeisje, en enkele moeders, die al evenmin hulp bij de opvoeding kunnen ontberen, veroorloven zich de weelde van een kinderjuffrouw. De moeder zoekt dus hulp bij vreemden, slechts enkele individueele uitzonderingen daargelaten, heeft elke moeder meer of minder, langer of korter tijd die hulp noodig, omdat zij zich niet mag onttrekken aan een deel der andere plichten, die op haar rusten.

„Nog heb ik niet gesproken over de kinderen aan wier opvoeding geen of zoo goed als geen aandacht gewijd wordt. Kinderen, arme, ongelukkige wezentjes, door vader of moeder aan hun lot overgelaten. Kinderen, opgroeiend zonder liefde, zonder eens een enkel keertje vertroeteld te worden. Ze derven zooveel, deze verwaarloosden, en voor hen is de bewaarschool wellicht de eenige herinnering in later leven aan wat liefde en warmte."

Sluiten