Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elke speelzaal moet voorzien zijn van een piano en een kast tot berging van het speelgoed, terwijl men in den tuin moet hebben een schuurtje tot berging van het tuingereedschap. Elk 1 eerlokaal moet hebben een flinke kast tot berging der Fröbelartikelen welke in die klasse gebruikt worden.

Twee retiraden, elk voorzien van minstens 6 privaten en 3 urinoirs moeten in twee eenigszins van elkander verwijderde gedeelten van het gebouw aanwezig zijn."

Een dergelijke inrichting is niet overal mogelijk. In de bebouwde kom der gemeente zal meestal de ruimte ontbreken; terwijl vaak met kleiner inrichtingen volstaan kan worden. Altijd zal men evenwel moeten zorgen, dat er bij iedere twee leerlokalen een speellokaal is.

Leeftijd der leerlingen van de bewaarschool. Algemeen is men het er over eens, dat de kinderen niet voor het derde jaar toegelaten moeten worden; vóór dien leeftijd behooren zij in crèches thuis, als de moeder niet bij machte is er zelf voor te zorgen. De leeftijd, van ontslag komt overeen met dien, waarop de kinderen tot de lagere school toegelaten worden. De uiterste grens wordt bepaald door art. 3, al. 1 der Leerplichtwet: „De verplichting om, voor zoover aan schoolonderwijs de voorkeur gegeven wordt, te zorgen, dat het kind op een lagere school wordt geplaatst, vangt aan uiterlijk, zoodra het den leeftijd van zeven jaar heeft bereikt." De datum van ontslag uit de bewaarschool valt dus in den regel samen met dien, waarop de cursus aan de lagere school voor den eersten keer na den zesden verjaardag van het kind begint.

Opleiding van het personeel der bewaarschool. Waar het Rijk zich aan de opleiding der onderwijzeressen voor de bewaarschool zoo goed als niet gelegen laat liggen, moet elke gemeente, die een eenigszins uitgebreid bewaarschoolpersoneel heeft, zelf in de opleiding voorzien. Wie de eischen voor de opleiding wil leeren kennen verwijzen wij naar het „Rapport omtrent den toestand der opleiding van het onderwijzend personeel in bewaarscholen in 1896 uitgebracht door de Maatschappij tot Nut

van 't Algetneen.

Een middel om bij gebrek aan regeling van Rijkswege toch eenheid te brengen in de examens voor de acten van bekwaamheid voor

Sluiten