is toegevoegd aan uw favorieten.

Modern gemeentebeheer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan schoolkinderen, gaf de minister in de memorie van antwoord te kennen, dat de wettelijke bevoegdheid der gemeentebesturen in het algemeen door de regeering nie=c betwist werd, mits alleen kinderen van onvermogenden er van zouden genieten en het strekte om de uitkomsten van het onderwijs te verbeteren.

Nog iets verder ging zij bij de behandeling der Leerplichtwet. Enkele Kamerleden meenden toen, dat art. 47 (51) aangevuld moest worden in dezen zin, dat voor het verstrekken van voedsel en kleeding aan behoeftige schoolkinderen gezorgd werd, omdat het huns inziens niet aanging ouders te dwingen hun kinderen te doen schoolgaan zonder te gelijk aan hen, die buiten staat waren hun kinderen het noodige voedsel en de noodige kleeding te verstrekken, de tegemoetkoming te geven, welke zij behoefden om aan de opgelegde verplichting te kunnen voldoen. Hierop antwoordde de minister: „Waar het particulier initiatief krachtig genoeg optreedt om behoeftige ouders in staat te stellen aan de leerverplichting te voldoen, behoeven de gemeentebesturen zich er niet mede te bemoeien; maar waar dit niet het geval is, geeft art. 47 de aanwijzing, dat het op den weg der gemeentebesturen ligt daarin te voorzien. Voor zoover art. 47 nog onvoldoende is, kan een wijziging van dat artikel worden voorgedragen bij de toegezegde herziening van de schoolwet." Nog duidelijker sprak hij zich uit in de Kamerzitting van 22 Maart 1900, toen hij zeide: „In art. 47 der schoolwet staat niet alleen dat de gemeenteraad bevoegd is om het schoolgaan van de bedeelden en van de on- en minvermogenden te bevorderen, maar ook dat hij verplicht is dit te doen. Maar aangaande de middelen, daartoe te bezigen, heeft de wetgever de gemeentebesturen geheel vrijgelaten. Had de wetgever gewild, dat uitsluitend zedelijke middelen mochten aangewend worden, dan had dit in de wet moeten zijn neergeschreven en dit is niet geschied. Waar de wetsbepaling zóó ruim is gesteld, is het bezigen van stoffelijke middelen niet uitgesloten."

De Kamer meende evenwel met die verklaringen geen genoegen te moeten nemen en bracht bij amendement, als art. 35, deze bepaling in de wet: „Ter bevordering van het schoolbezoek is de gemeenteraad bevoegd voeding en kleeding te verstrekken aan de schoolgaande kinderen bij wie daaraan behoefte bestaat, of met dat doel subsidie te verleenen, een en ander volgens regelen bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen."

Daarmede was uitgemaakt, dat de gemeente de kindervoeding