Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Openbare Leeszaal en Boekerij te Groningen, twee gemeenten, die in menigerlei opzicht met elkaar iets gemeen hebben.

De Haarlemsche bibliotheek vordert aan uitgaven, geheel door de gemeente te voldoen, ƒ 4875. De salarissen (ƒ 1500 bibliothecaris, amanuensis ƒ1000, klerk ƒ500) bedragen daarvan ƒ3000. Van het overige wordt ƒ800 besteed voor boeken en vervolgwerken en ƒ365 voor inbinden en schrijfbehoeften. De aangeschafte boeken zijn meest van historischen aard, ofschoon de laatste jaren veel uitgegeven is voor het aankoopen van woordenboeken en dergelijke. Het aantal uitgeleende boeken loopt tegen de zes duizend en het aantal bezoekers verschilt niet

veel van dit cijfer.

Te Groningen wijst de begrooting van 1 Oct 1908—30 Sept. 1909 een eindcijfer aan van ƒ5351. De eerste posten mogen wel in mindering gebracht worden, nl. rente hypotheekleening ƒ 938, rente lste obligatieleening ƒ 790, rente 2^ obligatieleening ƒ 200, aflossing lste obligatieleening ƒ 250. Maar de salariscijfers daarentegen zijn zeer laag: salaris beambte ƒ600, salaris plaatsvervangend beambte ƒ175. Verder vinden we op de Groningensche begrooting eene som van ƒ400 voor verlichting, die op de Haarlemsche ontbreekt, want deze gemeentelijke instelling is slechts overdag geopend. Voor aanschaffen van boeken trekt men te Groningen ƒ500 uit en bovendien ƒ 100 voor abonnementen op dagbladen, een post te Haarlem door het karakter dezer instelling aldaar onbekend. „Inbinden" vraagt te Groningen ƒ150, terwijl de overige administratie- en onderhoudskosten elkaar weinig ontloopen.

Maar nu het aantal bezoekers en uitgeleende boeken! In het laatste verslagjaar (1907—1908) was het cijfer der eersten gestegen tot 82400, waaronder 17000 vrouwelijke, en het getal uitgeleende

boeken tot 12250.

Onder de ontvangsten dezer zoo nuttig werkende instelling treffen we slechts eene subsidie van de gemeente aan van ƒ500. De begrooting sluit dan ook met een nadeelig saldo (/950). Het verslag klaagt, dat gemeente en particulieren (ƒ2400 contributies) niet meer kunnen doen. Het bestuur hoopt dan ook weer op eene rijkssubsidie.

Het bestuur is nog niet tevreden met het bereikte. Aan het einde van het verslag geeft het de richting aan, waarin z. i. de instelling verder moet ontwikkeld worden: „Mocht het nog eens

Sluiten