Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der vele buitenlandsche voorbeelden navolgend, deze „schouwburg" dienstbaar gemaakt aan de volksontwikkeling. Heeft de rijks of gemeentelijke steun aan openbare leeszalen wel tegenstand uitgelokt van katholieke politici, steun hiervoor zou zeker onze calvinistische landgenooten in het geweer brengen, gelijk vroeger al in den Amsterdamschen raad.

Niet alleen de geestelijke, ook de lichamelijke volksontwikkeling wordt nog spaarzaam bedacht. Een enkele maal wordt melding gemaakt van eene subsidie aan den Bond van Lichamelijke Opvoeding (zie Hoofdstuk III Volksgezondheid) of aan eene gymnastiekvereeniging (Edam / 150, Hilversum ƒ 60). De laatste mag dikwijls om-niet beschikken over lokalen. I alrijk zijn de toelagen voor het voorbereidend militair onderricht. Ie boeken op zorg voor „lichamelijke volksontwikkeling" of onder een ander hoofd?

De geldelijke steun uit de gemeentekas aan volksfeesten verleend, steunt op motieven van verschillenden aard. W ordt zooals te Schiedam en elders aan Oranjevereenigingen gelden verstrekt, dan heeft men niet alleen de bevordering van de volksontwikkeling op het oog, maar streeft men ook andere doeleinden na.

Onder „Volksontwikkeling" moet zeker vermeld worden de subsidie door Naarden verstrekt aan de vereening „Floralia aldaar. Van hetzelfde karakter is het besluit van den gemeenteraad om aan de boomen naambordjes te doen aanbrengen. Daarvoor stelde bv. Arnhem in 1906 ƒ120 beschikbaar.

Hier is het de plaats te wijzen op het streven de jeugd door tuinarbeid bezig te houden, zoodat kinderen mee zullen waken tegen het plukken van bloemen, het rukken aan jonge aanplant enz. Amsterdam is, voor zoover ons bekend, de eenige gemeente in ons vaderland, die dit streven steunt. Het Hoofdbestuur der vereeniging „Voor de Teugd" aldaar richtte in het najaar van 1908 tot B. en W. het verzoek, de beplanting en het onderhoud van het op de Gedempte Oldenbarneveldtgracht gereed komende terrein onder leiding der vereeniging te doen geschieden door kinderen uit de omgeving dier gracht naar plannen, volgens voorschriften en onder toezicht van deafdeeling „Publieke Werken . B. en W. willigden dit verzoek in en in het voorjaar van 1909 werd een proef op kleine schaal, waaraan 10 a 12 jongens deelnamen, genomen. Waren de resultaten gunstig, dan zou een grooter deel van het terrein beplant worden. Ook aan het plantsoen

Sluiten