Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwijs in de gemeente Arnhem" door den raad vastgesteld in zijn openbare vergadering van 27 Augustus 1904 en in werking getreden op 1 Nov. d. a. v.

Algemeene bepalingen.

Art. 1.

In de gemeente Arnhem worden drie schoolartsen aangesteld, belast met het toezicht op den gezondheidstoestand der leerlingen en op de schoollokalen bij het lager onderwijs.

Voor zoover betreft het openbaar lager onderwijs, strekt het toezicht zich uit over alle gemeentelijke scholen voor gewoon lager onderwijs en over die voor gewoon en uitgebreid lager onderwijs.

Ten opzichte van de bijzondere scholen voor onderwijs, als in de vorige zinsnede bedoeld, wordt het toezicht alleen uitgeoefend, indien de Besturen dier scholen daartoe aan B. en W. het verzoek doen.

Art. 2.

Tot uitvoering der taak, in het voorgaande artikel omschreven, worden de schoolartsen belast met:

a. het onderzoek op de scholen voor lager onderwijs van alle nieuwe leerlingen, die dit onderzoek niet reeds vroeger hebben ondergaan, naar den algemeenen gezondheidstoestand en wel speciaal ter vaststelling van:

1°. aandoeningen, welke van nadeeligen invloed kunnen zijn op

de geschiktheid tot het volgen van het onderwijs; 2°. aandoeningen, welke door het onderwijs of het verblijf in de

school kunnen verergeren;

3°. aandoeningen, welke hinderlijk of lastig zijn voor het onderwijs of het verblijf in de school;

4°. aandoeningen, welke gevaar of schade kunnen veroorzaken voor de andere leerlingen;

b. een nader onderzoek op geregelde tijden van alle leerlingen en steeds van die leerlingen, voor wie de schoolarts zelf of het hoofd der school zulks wenschelijk acht;

c. toezicht op de schoollokalen en het geven, desgevraagd, van advies over de plannen van nieuw op te richten schoolgebouwen

Sluiten