Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe kleiner de onderneming," schrijft de heer Van der Kemp in Vragen des Tijds, 1905 II, pag. 220, „des te nader staat de werkman tot zijn chef, des te minder behoefte aan bescherming regen willekeur. Hoe grooter de zaken, des te meer moet toevertrouwd worden aan ondergeschikten, van al lageren maatschappelijken rang; des te meer in bijzonderheden treedt de organisatie, des te noodzakelijker wordt het tucht en vrijheid, plicht en recht nauwgezet te omschrijven."

Nadat Amsterdam het voorbeeld had gegeven met het 1 Januari 1897 in werking getreden „Reglement voor werklieden en daarmede gelijkgestelden in dienst der Gemeente" kon Mr. E. van Berestein een zestal jaren later in zijn werk „Arbeidsreglementen" nog slechts enkele gemeenten noemen die in dit opzicht de hoofdstad hadden gevolgd. Sinds voormannen uit alle politieke partijen het streven der gemeentearbeiders naar „reglementen" met hun gezaghebbend woord hebben gesteund, heeft de eene gemeente na de andere besloten tot het vaststellen dezer verordeningen.

In alfabetische volgorde zijn het de volgende gemeenten: Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Baarn, Bussum, Delft, Deventer, Dordrecht, Enschedé, Gouda, 's-Gravenhage, Groningen, Haarlem, Hilversum, Kampen, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Middelburg, Nijmegen, Zaandam, Zeist, Zutfen en Zwolle.

Eene eerste vraag bij het ontwerpen van een werkliedenreglement is, hoever in de verordening, door den raad vast te stellen, de regeling moet worden doorgetrokken. De Commissie van Amsterdamsche Hoofdambtenaren, door Burgemeester en Wethouders der Amstelstad 22 Mei 1901 benoemd om het eerste reglement te herzien, zegt op pag. 26 van de toelichting, die het herzieningsontwerp (ingediend 10 Januari 1903) vergezelde: „De Commissie stond bij den aanvang van haar taak voor de vraag of zij zou ontwerpen een reglement, dat gelden kan als grondwet voor de speciale voorschriften en waarin dus slechts zoude voorgeschreven worden, voor welke onderwerpen bepalingen gemaakt moesten worden, terwijl in de speciale voorschriften zelf deze onderwerpen voor eiken tak van dienst zouden worden uitgewerkt, dan wel of in het reglement al die bepalingen zouden worden opgenomen, die gelijkelijk op alle diensttakken toepasselijk moesten worden verklaard, terwijl de speciale voorschriften slechts die zaken zouden regelen, die voor eiken diensttak verschillend zijn.

Sluiten