Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alom in de stad pleegt te betalen ƒ15, en is eenmaal zoo'n tabel vastgesteld, dan moet ook iederen gemeente-timmerman dat minimum ad ƒ15 toegekend worden. In het klassestelsel is dat niet noodig. Immers de openbare dienst wordt op zoo'n hoogen prijs gesteld, dat men met wat minder loon genoegen neemt, wanneer men slechts dien vasten werkkring met al de daaraan verbonden voordeelen van pensioen enz. kan erlangen, mits men zich daarmede tevens eene toekomst geopend ziet, en die alleen kan een loonklassenstelsel aanbieden."

Eene verdeeling in loonklassen houdt dan ook verband met „den aard der werkzaamheden, den diensttijd en de bijzondere geschiktheid" (Zaandam, Enschedé, Maastricht, enz.). In het Amsterdamsche reglement zal men tevergeefs naar dergelijke bewoordingen zoeken. De verdedigers der loonklassen staan in zeker opzicht sterk. Want zij beweren, dat men met het eenvoudige voorschrift „Het loon wordt geregeld door loontabellen, voor eiken tak van dienst door Burgemeester en Wethouders vastgesteld" er niet komt. De praktijk eischt, zeggen zij, meer ruimte. Men moet wel bepalingen opnemen als deze: „In bijzondere omstandigheden kunnen Burgemeester en Wethouders hoogere loonen toekennen dan in de loontabellen zijn vastgesteld, of eene gratificatie toekennen" (Art. 21, 4, Amsterdam) en „wanneer het hoofd van den dienst dit in het belang van het werk acht, kan hij in de gevallen en volgens regelen, in de bijzondere voorschriften genoemd, den werkman een toeslag op het gewone loon toekennen."

Aan een grens zijn B. en W. bij het vaststellen der loontabellen gehouden. De Raad stelt als regel een minimum-loon vast; soms ook een maximum. Dan wordt B. en W. of den directeur vrijheid gelaten binnen deze grenzen. Hoe laag moet dit gesteld worden? Neem de cijfers van de kieswet, stelt de een voor. De gemeente mag niet lager gaan, dan wat zij zelf als noodzakelijk levensminimum in haar belastingverordening heeft erkend, beweert een ander. Een derde maakt een zoogenaamd arbeiderslef/ op en oordeelt dit een minimum. Maar de doorslag wordt gegeven door den stand der gemeentefinanciën. Wel heeft ook de overtuiging invloed, bij het vaststellen der loonen, dat bij hoogere bezoldiging betere arbeidskrachten worden getrokken naar gemeentedienst; maar de kracht dier meening wordt getemperd door het zeer groote aantal arbeiders, dat gemeenlijk solliciteert. Rijp en

Sluiten