Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de randen aan elkaar) en aan dezen laatsten een gelijkmatige wenteling om zijn as geven, terwijl het lichaam met de schrijfstift zich in de richting van een beschrijvende lijn verplaatst. Op het oppervlak wordt dan een lijn geteekend, die, nadat het papier volgens een hesch rij veilde lijn is doorgesneden en weer tot een plat vlak is uitgespreid, met de lijn p </ r' van Fig. 58 overeenstemt, althans wanneer de snelheid van een punt van 't cilindervlak even groot is als die, waarmee in het geval van Fig. 58 het platte vlak werd verschoven.

Wat men als schrijfstift bezigt, hangt van de omstandigheden af. Menigmaal neemt men een borstelhaar, een fijne metaalpunt of iets dergelijks; het papier, «lat een gladde witte oppervlakte moet hebben, wordt dan met behulp van een vlam met lampzwart bedekt. Daar dit gemakkelijk door de stift wordt weggenomen, krijgt men een fijne witte lijn, die men kan bewaren door het lampzwart ten slotte met een fixeermiddel op het papier te bevestigen. Men kan zich ook van de photographie bedienen. Uezigt men nl. een lichtgevoelig papierblad, dan kan een lichtbundel diei op een punt daarvan gericht is, als „schrijfstift" dienen.

§ o7. Toepassingen van «Ie graphisclie methode. Men heelt op de aangegeven wijze o. a. de wetten van den vrijen val onderzocht. De wentelende cilinder stond daarbij verticaal, en een lichaam van een teekenstift voorzien viel daarlangs! Door geschikte hulpmiddelen werd ervoor gezorgd dat de Stilt Zich alleen in_ verticale richting kon bewegen en steeds zacht tegen den cilinder werd gedrukt, Door eerst óf alleen den cilinder te doen draaien, óf alleen het lichaam te laten \ allen, kon men een horizontale en een verticale lijn krijgen, van welker snijpunt dan de kromme lijn uitging die bij de eigenlijke proef werd beschreven. Men kon eindelijk,' na het blad papier weer uitgestrekt te hebben, de horizontale lijn als as der abscissen en de verticale als as der ordinaten nemen, en de lengte van de ordinaten, bij verschillende abscissen behoorende, met elkaar vergelijken. Het bleek dat de ordinaten evenredig niet de tweede machten van de abscissen waren, «lat de lijn dus een parabool was, zooals \ olgens 55, b het geval moest zijn.

f?7

Sluiten