Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

coëfficiënt die van de gedaante van liet lichaam afhangt. Er is b.v. minder kracht noodig om een bol met zekere snelheid door een gas of een vloeistof heen te drijven dan om ditzelfde met een cirkelvormige schijf te doen, die denzeliden straal heeft nis de bol en loodrecht op de bewegingsrichting wordt gehouden.

\oor een lichaam dat aan de voorzijde van een spitse kant of een scherpe punt is voorzien, wordt de coëfficiënt /.■ veel kleiner dan voor oen plat vlak. Daarentegen wordt hij gruoter dan voor een plat vlak bij een lichaam dat den vorm van een bolvormig segment of schotel heeft en met de holle zijdo vooruitgaat. Proeven hebben b.v. geleerd dat voor een valscherm dat de gedaante van een parapluie heett, de coëfficiënt bijna 2 maul zoo groot is als voor een plat vlak; wordt het valscherm omgokeerd, dan wordt de coëfficiënt ongeveer het J van wat hij voor een plat vlak is. Bij een kanonskogel die zich met een snelheid van honderden nieters in de seconde beweegt, bleek k ongeveer (1,4 te zijn.

Daar de krachten tusschen een lichaam en de omringende middenstof alleen van de relatieve snelheid kunnen afhangen, stelt do formule (17) ook do kracht voor, die een stilstaand lichaam ondervindt van eon lucht- of vloeistofstroom met de snelheid v. Met behulp van zulk een formule kan men b.v. de uitwerking van den wind op de wieken van een molen of die van eon waterstroom op de schoepen van eon waterrad berekenen.

§ !'7. Andere voorbeelden van een beweging die door een weerstand gelijkmatig wordt. Bij een wagen die over een horizontalen weg wordt voortgetrokken en bij een vaartuig dat niet een lijn wordt bewogen, kunnen wij dergelijke opmerkingen maken als bij den val in de lucht. De weg, het water en de lucht oefenen een weerstand uit, die met de snelheid toeneemt en, zoodra iiij gelijk is gewoiden aan de voorttrekkende kracht, de beweging gelijkmatig doet worden. Terwijl gedurende den eersten tijd na het begin van de beweging de voorttrekkende kracht moet dienen om de beweging te versnellen, dient zij, als eenmaal de eindsnelheid bereikt is, alleen om den weerstand te overwinnen.

^ ij kunnen de beweging vertragen door de beweegkracht te \ erkleinen ol te doen ophouden, of wel door den weerstand te vergrooten. Dat er bij een zwaar beladen wagen een grootere kracht noodig is om hem met een bepaalde snelheid over een horizontaal vlak voort te bewegen dan bij een lichteren wagen, is een gevolg hiervan, dat de weerstand welken de weg biedt des te grooter is, naar-

k

Sluiten