Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en c is van groot belang. Er is b.v. geen beter middel om te bewijzen dat de versnelling van de zwaartekracht voor alle stoffen dezelfde is, dan de waarneming van slingers die uit verschillende zelfstandigheden bestaan.

Wanneer men de lengte I van den slinger en den tijd & meet, kan men uit de formule (21) g afleiden. Het is naar dit beginsel, dat nauwkeurige bepalingen van de versnelling der zwaartekracht gedaan worden. Alleen maakt men niet van een mathematischen slinger gebruik, maar van een anderen slinger, dien wij naderhand zullen loeren kennen. Men kan nl. een mathematischen slinger niet verwezenlijkon, daar oen onuitrekbare draad zonder massa evenmin bestaat als een lichaam dat werkelijk als een enkel punt mag beschouwd worden. Zoodra het opgehangen lichaam een merkbare uitgebreidheid hoeft, ontstaat onzekerheid over de vraag, wat 111011 onder de lengte / te verstaan heeft.

§ 105. Kracht noodig voor een gelijkmatige beweging in een cirkel. Stel dat een lichaam met de massa m zich met de standvastige snelheid v in oen cirkel waarvan de straal r is (Fig. 87) moot bewegen. Wij kunnen de kracht die daartoe op liet lichaam moet werken bomden door eerst

op de 111 g 72 aangegeven wijze de versnelling te zoeken. Daar in Fig. 87 dezelfde letters zijn gebezigd als in Fig. 72 behoeven wij het in die § gezegde niet te herhalen. Trekt men de stralen M P en M Q en de koorde P Q, dan ontstaat een driehoek, die gelijkvormig is met Q li C, daar / C Q B =

— Z PM Q en Q li = Q C is Uit die gelijkvormigheid kan 111011 afleiden dat C li 011 dus ook Q1) loodrecht op P Q staat, en daar nu bij voortdurende nadering van Q tot P, de richting van de koorde P Q die van de raaklijn in P tot limiet heeft, nadert de richting van Q1) tot die van den straal P M. \\ ij kunnen dus zeggen dat bij de beschouwde beweging de snelheid die het lichaam in een tydselement krijgt bij die, welke het reeds had, naar het middelpunt

flos

Sluiten