Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richten. In het algemeen zullen de deeltjes van een vast lichaam, nadat zij ten opzichte van elkaar verplaatst zijn, waarbij het lichaam in den regel van vorm verandert of „gedeformeerd" wordt, krachten op elkaar uitoefenen, waardoor zij naar de oorspronkelijke standen worden teruggedreven. Dientengevolge kan het lichaam andere voorwerpen die er mee verbonden zijn, verplaatsen en dus een arbeid op die voorwerpen doen. Wij zullen aannemen dat liet lichaam het vermogen 0111 dit te doen eerst dan heeft verloren, wanneer het weer geheel tot den oorspronkelijken toestand is teruggekeerd, iets dat men uitdrukt door het lichaam volkomen veerkrachtig te noemen. De arbeid dien het daarbij in het geheel, verricht, is de maat voor het arbeidsvermogen dat het in den gedeformeerd en toestand had, en zoo lang de deformatie nog niet geheel is verdwenen, en het lichaam dus nog eenige energie heeft behouden, is de vermindering van het arbeidsvermogen die reeds heeft plaats gehad, gelijk aan den arbeid dien het lichaam tot aan het beschouwde oogenblik toe heeft verlicht. Omgekeerd is, wanneer wij de vormverandering door krachten op liet lichaam uit te oefenen teweegbrengen, de arbeid dien wij daarbij op het lichaam doen, gelijk aan de toename van het arbeidsvermogen daarvan.

liij vele uurwerken maakt men van liet arbeidsvermogen van een veerkrachtig lichaam gebruik 0111 liet raderwerk te drijven. Een horlogeveer is een platte, dunne stalen reep van vrij groote lengte, die zoo is behandeld, dat hij in zijn natuurlijken stand den vorm van een vlakke spiraal (Fig. 91) heeft. Hij is opge¬

sloten in een doos li, de zoogenaamde trommel, die den vorm van een cilinder van <reringe iioogte heeft, en 0111 zijn meetkundige as, dus 0111 een lijn die loodrecht op het vlak van de figuur staat, kan draaien. Terwijl het buiteneinde van de veer aan den binnenwand van de trommel is bevestigd, is het andere einde vastgemaakt aan een dunnen cilinder A.

waarvan de as niet die van de doos samenvalt. Deze cilinder gaat met geringe wrijving door de platte zijvlakken van de trom-

Fig. 91.

f"!

Sluiten