Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ƒ/ 30

hoeft, oen kracht A', die grooter dan het gewicht is, in die richting uitoefenen. Het lichaam krijgt dan een eenparig versnelde beweging, en wanneer na het stijgen tot een hoogte /( de snelheid v' is geworden, heeft men, daar de resulteerende kracht K- P is,

(K— P) h = \ m v'2 — i m v2

of

K h = Ph + (| m v'2 — \ in v2). . . . (11)

In deze vergelijking stelt Kli den arbeid voor, die door den proefnemer verricht wordt, en waaraan een vermindering van zijn arbeidsvermogen beantwoordt, liet blijkt dat die arbeid gelijk is aan de toename PU van het arbeidsvermogen van plaats (m. a. w. van de energie van liet medium) vermeerderd met de aangroeiing van het arbeidsvermogen van beweging.

Blijft gedurende het stijgen do snelheid onveranderd, of is zij steeds zoo klein dat van den laatsten term in (11) mag worden afgezien, dan kan men zeggen dat de voor het opheffen noodige arbeid gelijk is aan het product Ph. Trouwens, in dit geval mag op elk oogenblik K — P gesteld worden.

Dergelijke opmerkingen geldon ook in andere gevallen. Wanneer wjj b.v. zeggen dat de kracht die noodig is om een spiraalveer uit te rekken (t; 115), op elk oogenblik gelijk is aan de spanning, is daarbij stilzwijgend ondersteld dat do uitrekking zeer langzaam gebeurt. Is de veer eerst in rust, dan moet men, strikt genomen, een kracht uitoefenen, die iets grooter dan do spanning is. De arbeid dien men verricht overtreft dan het arbeidsvermogen dat de veer wegens zijne lengte-vermeerdering krijgt, met een bedrag, gelijk aan het arbeidsvermogen van bewoging dat men aan do deeltjes van liet metaal geeft.

/>. Bij de proef met liet werktuig van Atwood is, zooals wij in § 04 zagen, de versnelling

P—P P'+Pg-

Duurt nu de beweging t sec, dan is, als er geen beginsnelheid is, de eindsnelheid

Sluiten