is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afleiden hoeveel de inwendige energie van het stelsel: 1 gram phosphorus -f- de vrije zuurstof, waarmee hij zich verbinden kan, grooter is dan het arbeidsvermogen van de gevormde phosphorverbinding bij dezelfde temperatuur. De uitkomst is voor gelen phosphorus 600 calorieën grooter dan voor rooden; met dit bedrag overtreft dus de inwendige energie van een gram phosphorus in den eersten toestand die in den tweeden, en deze hoeveelheid warmte moet ontwikkeld worden wanneer de gele phosphorus in rooden overgaat.

§ 148. Arbeidsvermogen in de natuur. In de natuur treffen wij vele voorbeelden van omzettingen van arbeidsvermogen op groote schaal aan. Do planten hebben hun groei te danken aan de energie van de zonnestralen, waardoor zij in staat worden gesteld, uit stoffen als koolzuur en water de zelfstandigheden te vormen, waaruit hun lichaam is opgebouwd. De sterke band die in het koolzuur en het water de elementen vereenigt, wordt door het zonlicht verbroken, en maakt onder uittreding van zuurstof plaats voor een minder innige aaneenschakeling der atomen.

Dienen later de plantaardige stoffen tot voedsel voor do dierenwereld, dan verschaffen zij daaraan ook warmte en mechanisch arbeidsvermogen. De ingewikkelde scheikundige omzettingen in het lichaam van liet dier komen in hoofdzaak neer op een verbinding van de in het voedsel aanwezige stoffen met de zuurstof die bij de ademhaling wordt opgenomen; het is de potentieele energie dier stoffen tegenover de zuurstof, die het dier ten goede komt. Zoo heeft ook de mensch zijn arbeidsvermogen, rechtstreeks ol' langs een omweg, van de plantenwereld gekregen.

Behalve over dit arbeidsvermogen beschikken wij ook over do energie die ons door de natuur wordt aangeboden, over het arbeidsvermogen van beweging van den wind en hot stroomondo water, de potentieele energie van het water voor het zich van een hoogte stort, het scheikundig arbeidsvermogen dat do steenkolen tegenover do zuurstof hebben. Geeft men zich rekenschap van de gedaanteverwisselingen die dit arbeidsvermogen ondergaan heeft, voor