is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Draait een lichaam voortdurend om dezelfde as en heeft het bovendien een verschuiving langs die as, dan beschrijft wanneer beide bewegingen gelijkmatig zijn, elk punt een schroeflijn. De spoed van al deze schroeflijnen is dezelfde nl. de weg die bij de verschuiving wordt doorloopen gedurende een omwenteling.

§ 154. Verband tusschen den arbeid van de uitwendige krachten en de kinetische energie van het lichaam. Wij

hebben aangenomen dat aan den inwendigen toestand van de beschouwde lichamen niets verandert en dat er dus ook geen sprake is van een verandering van het inwendige arbeidsvermogen. Ook stellen wij ons voor dat er geen mededeel,ng of onttrekking van warmte plaats heeft. Uit iet in t vorige hoofdstuk besprokene volgt dan dat de arbeid van de uitwendige krachten gelijk is aan de vermeerdering van de kinetische energie der waarneembare oeweainaen.

t-/ «y

Worden de uitwendige krachten uitgeoefend door een medium, zoodat hun arbeid gelijk is aan de vermindering der potentieele energie, dan kan men zeggen dat de som van dat arbeidsvermogen en de zooeven genoemde kinetische energie constant blijft.

§ 155. Algemeene voorwaarde voor liet evenwicht Uit

deze stelling kan men afleiden of een lichaam dat aanvankelijk in rust is, door een gegeven stelsel van krachten in beweging gebracht zal worden en, zoo ja, in welke richting. Immers, als er beweging ontstaan zal, moet er ook kinetische energie ontstaan, en moet dus de potentieele energie afnemen. Derhalve:

Een lichaam dat eerst in rust is, kan zich slechts in zoodanige richting in beweging stellen, dat het arbeidsvermogen van plaats kleiner wordt.

Stel, dat er onder alle standen die het lichaam kan innemen één is - dien wij P zullen noemen - in welken de potentieele energie kleiner is dan in eiken anderen stand. Heeft dan het lichaam dien stand, dan kan het zich niet in eweging stellen, daar het arbeidsvermogen van plaats niet nog verder kan afnemen. 7J is dus een even wichtsstand.

(l%S