Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(fel J

(loon meegaan. De eene schijf is vast op de as geplaatst, «ie andere kan over de as verschoven worden, ofschoon hij deze bjj een wenteling meeneemt.

h. Bjj liet gebruik van een riem zonder eind kan men op de as die in beweging gebracht moet worden, naast de schijf die vast met die as verbonden is, een tweede plaatsen, die Onafhankelijk daarvan draaien kan. Door een vork die den riem omvat, en verschoven kan worden, kan de riem van de eene schijf op de andere worden overgebracht.

Zulk een inrichting wordt gebezigd om voor de as A van tig. 91 (blz. 178) slechts een beweging in één richting mogelijk te maken.

Is de as c bevestigd aan een tweede rad dat om dezelfde meetkundige as als het rad a kan draaien, dan zal dat rad bij de eene bewegingsrichting door a worden medegenomen, bjj de andere bewegingsrichting niet.

§ 182. Nadere beschouwing van de wrijving. Als een lichaam over een volkomen glad horizontaal vlak door een kracht F wordt voortgetrokken, is de arbeid van deze kracht gelijk aan de vermeerdering van de kinetische energie van het lichaam. Anders is het, zoodra er een wrijving bestaat; de aangroeiing van het arbeidsvermogen van beweging is dan kleiner dan de arbeid van F, en wel zooveel kleiner als aan de ontwikkelde warmte beantwoordt.

Dit is één wijze om het verschijnsel te beschouwen. Een andere opvatting bestaat daarin dat men niet alleen op

In I1 ig. 156 is een palrad a met de pal li voorgesteld. De laatste is een staafje dut om het punt c gemakkelijk kan draaien en met het uiteinde tusschen de tanden van het rad kan vallen, of, zoo noodi»;, door een veer daartusschen wordt gedrukt. De vorm van de tanden heeft tengevolge dat, wanneer de as c wordt vastgehouden, het rad a zich wel in de richting van de pijl, maar niet in de tegengestelde richting kan bewegen.

Sluiten