Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gewicht van deze lucht zelf, maar van het gewicht der buitenlucht, waardoor de lucht in de kamer wordt samenged rongen.

c. Een vloeistofmassa die langs een deel van haar oppervlak met de dampkringslucht in aanraking is, ondervindt van deze laatste een overal even grooten druk, zoodat ook de druk in de vloeistof, even beneden het oppervlak , overal dezelfde waarde moet hebben. Is dit oppervlak een plat vlak, dan kan men zich een zuiltje denken, onmiddellijk langs liet oppervlak liggende. Zulk een zuiltje wordt dan in de richting van de lengte noch naardeeene noch naar de andere zijde gedrukt. Werken er uitwendige krachten, zooals de zwaartekracht, dan kan liet kolommetje alleen in evenwicht zijn, wanneer het loodrecht op de richting van de kracht staat. Van daar dat in gewone f/evallen een vrij vloeistofoppervlak een horizontaal plat vlak is. Is het oppervlak gebogen, dan kan men toch steeds een zoo klein gedeelte ervan beschouwen, dat dit aan een plat vlak gelijkgesteld kan worden, en daarlangs een klein zuiltje aanbrengen, waarop dan dezelfde redeneering weer kan worden toegepast. Het vrije oppervlak zal in den evenwichtstoestand overal loodrecht staan op de kracht die er op werkt.

Wordt een vloeistofmassa om een verticale as rondgewenteld, dan neemt men dezelfde verschijnselen waar, die zich zouden voordoen (§ lt'7), als de wenteling niet bestond, maar op de vloeistofdeeltjes de middelpuntvliedende kracht werkte. Het holle vloeistofoppervlak staat overal loodrecht op de resultante van de genoemde kracht en de zwaartekracht.

Gemakkelijk zal men 1111 ook inzien dat een vloeistofmassa die het lichaam M van Fig. 1(X) (blz. 197) omringde en waarvan de deeltjes aan de in § 128 besproken krachten onderworpen waren, aan de buitenzijde begrensd zou moeten zijn door een der in die § besproken evenwichtsoppervlakken.

d. Keeren wij terug tot een vloeistof die in het homogene veld van de zwaartekracht geplaatst is. Zoodra zij

{lof

Sluiten