Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neemt de kromming in a en b af, in c en </ toe. I)e vezels zijn hier in a en b aan de binnenzijde, in c en <1 aan de buitenzijde gerekt.

1'laatvormige lichamen kunnen dergelijke krommingsverandelingen ondergaan. Wordt b. v. op een bolvormig segment dat, als een omgekeerde schotel, met den rand op een vast horizontaal vlak ligt, in hot midden een slag gegeven, dan kan op die plaats aan de binnenzijde een breuk ontstaan.

§ 200. Afscluiiviiig. Tn § 1G8, c word reeds gezegd dat het deel VB van de in Fig. 124 voorgestelde staaf langs liet deel A V iets naar beneden verschoven wordt, waardoor de tangentiale spanning Q ontstaat, een omstandigheid die wij in § 2;>7 buiten beschouwing hebben gelaten, omdat zij van ondergeschikt belang is. In het volgende eenvoudige geval heeft men uitsluitend met een deformatie van dezen aard, een zoogenaamde afschuiving, te doen.

Een oorspronkelijk rechthoekig prisma A B 1)C(Fig. 222)

~ v - -rj" — ——/

is met het grondvlak AJi onwrikbaar bevestigd; men kan het dan de gedaante A Ji I)' C' doen aannemen door aan alle punten verplaatsingen naar rechts te geven, die evenredig zijn met hun hoogte boven A Ji, of, wat op hetzelfde neerkomt, door de oneindig dunne plaatjes, in welke het lichaam door

<71 111 i.

vlakken evenwijdig aan AJi verdeeld wordt, over elkaar voort te schuiven. Om den nieuwen toestand tot stand te brengen en te onderhouden is klaarblijkelijk een stelsel van krachten F noodig, die op de punten van het bovenvlak in de richting van de pijlen werken en natuurlijk zal dan het voorwerp waaraan het parallelepipedum bevestigd is op de punten van A li krachten, zooals de door F voorgestelde, uitoefenen. Intusschen is het duidelijk dat de genoemde krachten F op zich zelf nog niet de gewenschtc vormverandering zullen teweeg brengen; onder hun invloed zou het prisma (waarvan, naar wij onderstelden, het grondvlak AJi wordt vastgehouden) gebogen worden, en zouden

Sluiten