Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een „vrij" vloeistofoppervlak, of eigenlijk van een oppervlak waarlangs de vloeistof niet haar damp of met een gas in aanraking is. Raakt zij over een zekere uitgestrektheid een vast lichaam aan, dan worden de deeltjes die op zeer kleinen afstand van dat lichaam liggen, daardoor naar buiten getrokken, terwijl zooals wjj reeds zagen, de vloeistof zelf ze naar binnen trekt. Overwegen deze laatste krachten, dan is nog altijd het arbeidsvermogen van plaats (berekend met betrekking tot de tweeërlei aantrekkende krachten) voor de deeltjes in een dunne grenslaag grooter dan voor de molekulen in het binnenste van de vloeistof. Het tegendeel is het geval, wanneer de aantrekking van het vaste lichaam de onderlinge attractie van de vloeistofmolekulen overtreft.

Door deze overwegingen is men gekomen tot de volgende onderstelling:

Zij O het vrije oppervlak van een vloeistofmassa en O' het oppervlak waarlangs zjj een vast lichaam aanraakt. Dan kan (als men zich tot een bepaalde temperatuur beperkt) de vrije energie worden voorgesteld door

V = C + H O+KO', (9)

waarin C een standvastige waarde heeft, en de coëfficiënt K in sommige gevallen positief en in andere negatief is. Laat men het stelsel aan zich zelf over, dan wordt de som van de beide laatste termen een minimum. liet is duidelijk dat wanneer K negatief is en do derde term overweegt, ip kan afnemen als O' grooter wordt, zelfs al ging dit met eenige vergrooting van O gepaard. Dan zal do vloeistof zich over het vaste lichaam uitspreiden, m. a. w. het „bevochtigen". Dat b.v. water over een goed gereinigde glazen plaat uitvloeit, is te wijten aan de sterke aantrekking die glas uitoefent; is de plaat vettig, dan wordt hij niet bevochtigd, omdat het vet het water daartoe niet genoeg aantrekt.

Door kwik wordt, zooals men weet, een glasplaat niet bevochtigd; zelfs neemt deze vloeistof op een goed schoongemaakte plaat den vorm van een druppel aan. De min of meer bolvormige gedaante is dan het gevolg van de onderlinge aantrekking van de kwikmolekulen, terwijl de zwaartekracht een afplatting van den druppel en een vergrooting van het aanrakingsopper-

(fe

Sluiten