Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar nu voor elke oplossing de osmotische druk ]' niet behulp \an de wet van van t Hoff berekend kan worden, kun men ook de damj/span ningsverini ndering ji theoretisch bepalen. De op deze wijze gevonden uitkomsten zijn in vele gevallen in bevredigende overeenstemming met de waarnemingen.

De formule (1 ft) kan nog in een anderen eenvoudigen vorm worden geschreven. Zij nl. v het aantal molekulen in de volumeeenheid verzadigden damp, A het aantal van deze molekulen die in de volume-eenheid water zijn opeengehoopt, en eindelijk h het aantal molekulen van de opgeloste stof in de volume-eenheid der oplossing. Dan is

o V

7 — A'

terwijl, als men van de afwijkingen van den waterdamp van de wet van Boyle afziet, en de wet van van 't Hoff toepast, de dampspanning p voldoet aan de evenredigheid

1': ]> = n : j'.

De vergelijking (13) gaat nu over in

* = -'v i> (14>

Hoeveel de dainjispanniiu/ door de iianicezii/lieid run de opgeloste, stof afneemt, haiu/t dus alleen van het aantal molekulen af. Tsotonisehe. oplossingen hebben ook gelijke duinpspanning.

Het verdient opmerking dat de gevonden uitkomst ook dan geldt, wanneer bij de verdichting van waterdamp molokulen zieli tot grootere groepen vereenigen, en dus in do vloeistof grootero molekulen voorkomen dan in den damp. Onder liet getal N wordt nl. in de afleiding niet liet aantal vloeistofmolekulen verstaan, maar het aantal dampmolekulon die, hoe dan ook met elkaar verbonden, een volume-eenheid water opleveren.

§ 299. \ nespiiiif van verdunde oplossingen. Het is gebleken

dat een oplossing een lager vriespunt heeft dan het zuivere oplossingsmiddel en ook voor dit verschjjnsel kan men uit de theorie van den osmotischen druk een wet afleiden, als men aanneemt dat, zooals dikwijls het geval is, de vaste stof die uit de oplossing ontstaat, geheel vrij van de opgeloste stof is.

Stel dat de oplossing per cm3 c gram-molekuul (§ 223) van

hl

Sluiten