Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f300.

pn deze drukvermindering zou zich overal in liet doel C A B van de buis doen gevoelen. Dun zou dus in li liet smeltpunt hooger worden dan de werkelijk bestaande temperatuur; daar zou dus eenig water bevriezen. Maar ook liet evenwicht van het stuk ijs zou verbroken worden. Immers, het punt C zou hooger komen, het punt li lager, en het verschil hl, — //<• zou afnemen. Dientengevolge zou

(lib — hc) (s — a) F

worden en het eerste lid van de vergelijking (10) kleiner dan het tweede. Het drukverschil tusschen C en li zou kleiner worden dun noodig is voor het evenwicht van het ijs; dit zou dus naar rechts gaan. Het is nu niet moeilijk in te zien dat, wanneer niet gelijktijdig in alle opzichten evenwicht bestaan kan, aan de aangeduide veranderingen nooit een eind zou komen. Steeds zou het ijs naar rechts schuiven, terwijl het in C zou afsmelten, en in H nieuw jjs zou ontstaan uit water dat door A heen toestroomde. Deze aanhoudende beweging nu is (ij 2H6) onmogeljjk en, daar de omgekeerde het eveneens is, besluiten wij dat onder den druk (18) ook in C evenwicht bestaat.

Voor dien druk kunnen wij blijkens (17) schrjjven

V'+ - 1'

s — ij

en wij kunnen dus besluiten:

Als 7' liet vriespunt van een oplossing is onder den druk p, dan is die temperatuur ook liet vriespunt van zuiver water onder den grootoren druk

p -j- 1 P. Het vriespunt van water onder den druk /i zou hooger zijn,

stel en wel is volgens de formule (<>) van § '277

&== T(ri — »j) " i>

Kr 8—ij

Ziedaar hoeveel, bij een zelfden druk p, het vriespunt van een oplossing lager is dan dat van water. Is de oplossing zeer verdund, dan is & veel kleiner dan 7' en mag men in het tweede lid onder 7' het vriespunt van zuiver water verstaan (dut eigenlijk 7' -(- i'> is). Verder is

s: ff = c,:»,;

men mag dus voor de vergelijking schrijven

0- = Tp- 1'.

K r

Wordt iiu de sterkte van de oplossing op de in liet begin van deze $ aangegeven wijze door het getal c bepaald, dan is P gelijk aan den drnk, uitgeoefend door c gram-molekulen van een gas in een cm3, en wordt dus in dynes per cin2 door 82,7Xl06c'7' (§ 22H) gegeven, waardoor men tot de fonuule (15) komt.

£ 300. Afwijkingen van do wet van van 't Hoff. Evenals wjj in het bovenstaande eerst do dainpspanningsveriuindering en

Sluiten