Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De .nasseii en dampen komen uit A eerst in den condensor B, afgekoeld door kond water; hier worden de teerdanipen verdicht. Daarna gaan /ij door den scrubber C, een cylinder gevuld met stukken cokes, waarover water stroomt, dat de ammoniakverhindingen oplost. Dit ammoniakwater komt dus in G. Ten slotte gaan de gassen uog dooi- de zuiveringskisten D. waarin teenen horden met ijzerhydroxyde of een mengsel hiervan met kalk: hier worden gedeeltelijk de zwavelverbindingen, het koolzuur en de cyaanverliindingen (CN) geabsorbeerd. Het gas wordt eindelijk in E opgevangen.

De voornaamste bestanddeelen van het gas zijn. behalve nog eenige onzuiverheden, de waterstof, 't koolmonoxvd'e en nog eenige koolwaterstofverbindingen, zooals methaan CH,, aethvleen C.H, en benzol die in de organische scheikunde worden besproken. Het gas dankt vooral zijn lichtgevend vermogen aan "t aethvleen. Daar de retort A op ongeveer 10003 verhit wordt en 't aethvleen bij deze temperatuur ontleedt in C en CH,, wordt inde fabrieken voor den scrubber een exhaustor geplaatst, een toestel, dat de gassen sneller uit de retort naar de zuiveringstoestellen doet stroomen.

I)e vlam.

Een vlam is een gaskolom, die door een daarin plaats hebbend scheikundig proces zoo sterk verhit wordt, dat zij licht uitstraalt. Meestal is dit proces een verbinding niet zuurstof. Het kan ook een andere reactie zijn, b.v. het branden der waterstof of van een kaars in chloorgas.

Aan een kaarsvlam onderscheidt men drie deelen: een donkere kern, bestaande uit gas, gevormd door de ontleding van de kaarsvlam: hieromheen is een lichtgevend hulsel, waarin de gassen ten deele \erbianden, terwijl er gloeiende koolstofdeeltjes in zweven, ontstaan door de ontleding van sommige gassen, zooals aethvleen! Van hunne aanwezigheid kan men zich overtuigen door er een koud voorwerp in te houden, dat dadelijk met roet bedekt wordt. (>111 het lichtende hulsel is nog een blauwe laag, waar zuurstof in overmaat aanwezig is. Door een weinig boorzuur aan een platinadraad 111 de vlam te brengen, wordt deze laag groen. Gasvlammen of petroleumvlammen zijn evenzoo. De kern is donker, ontvangt geen zuurstof en is koud. Brengt men een open buis in die kern, dan het gas daarin op en kan aan liet andere einde worden aangestoken. Bedekt men een lampeglas, waarin van onderen het gas stroomt door een nauwe opening in een kurk, met lijn kopergaas,

Sluiten