Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of door zwavelwaterstof te leiden in een mengsel van bromium en water:

Br, + H3S = 2 HBr -f- S.

HBr is een gas, dat oplost in water; deze oplossing gedraagt zich evenals zoutzuur.

Verbindingen van bromium met zuurstof en de zouten dezer zuren ontstaan op dezelfde wijze als die van chloor.

Jodium.

Dit element werd door Courtois in 1812 ontdekt. Het wordt vouml bereid uit de asch van zeeplanten, kelp of var cc geheeten. Öeze asch wordt met water uitgetrokken. In deze oplossing bevindt zich het jodium gebonden aan K. Na of Mg.

I it deze verbindingen wordt het bereid evenals bromium:

2 NaJ + Mn(J 2 H,S04 = Nn,S< )4 + MnSG4 + 2 H20 + 2 J.

Jodium is een vaste stof; bij verhitting gaat het zonder smelten in dampvorm over, die op de koudere gedeelten van t glas weer vast wordt; het sublimeert dus. De damp is violet, de naam jodium beteekent violet. Jodium maakt de stijfsel blauw. Daar de affiniteit tot andere elementen van chloor grooter is dan die van bromium en van dit element grooter dan die van jodium, zal jodium door chloor of door bromium vrij worden gemaakt. Dus:

KJ + Br = KBr + J of KJ + Cl = KC1 + J.

Jood waterstof, HJ. bereidt men op dezelfde wijze als HBr en heeft dezelfde eigenschappen.

Lost men jodium op in KOH. dan gaat liet evenals met Br en ( I:

<» K( )H + 6 J = 5 KJ + KJO, + 3 H,0.

Voegt men bij deze oplossing een verdund zuur (bijv. H,SO,), dan ontstaat HJ en HJO:, (joodzuur), want

2 KJ + H.,S<), K..SÜ, + 2 HJ en 2 KJO, + H,S(y = K,SÜt + 2 HJO:i.

Joodwaterstof en joodzuur geven tezamen water en jodium: 5HJ + HJO, =3 H.,0 + 6 J.

Bij verhitting geeft kaliumjodaat kaliumjodidc en zuurstof: KJO. = KJ + 3 O.

Fluorium.

Dit element komt voor verbonden met metalen als vloeisjxiuth, CaFl,, «lat in kuben kristalliseert, en kn/oliet of ijssteen (in Groenland), Al2Fl„. (NaFl),,

Moissax bereidde het fluorium in 188(> door fluoorwaterstof door een electrischen stroom te ontleden in een U-vormige buis van

Sluiten