Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

warmte smelt dan de zwavel uit de ertsen. Hierbij gaat dus veel zwavel verloren.

De aldus verkregen ruwe zwavel wordt gedistilleerd in ijzeren retorten, de damp wordt opgevangen in steenen kamers, een gedeelte van de zwavel sublimeert tegen de koude wanden hiervan; worden deze echter warmer, dan verzamelt zich de zwavel hierin in vloeibaren toestand. Deze gesmolten zwavel laat men in houten vormen vast worden en krijgt aldus de pijpzwavel. Het gesublimeerde geeft de bloem van zwavel.

De natuurlijke zwavel kristalliseert bij gewone temperatuur in 't rhombische stelsel. Hij 120J smelt zij tot een barnsteengele vloeistof; bij verdere verhitting wordt zij dik vloeibaar en eindelijk bij nog hoogere temperatuur wordt zij weer dun vloeibaar en donkerbruin; giet men ze nu in koud water uit, dan krijgen we een amorfe, veerkrachtige massa, de plastische zwavel.

Laten wij gesmolten zwavel zeer langzaam afkoelen, dan kristalliseert zij in 't monokliene stelsel. Zwavel is dus dimorf (vertoont twee kristalvormen). De monokliene vorm gaat langzaam in den rhombischen over.

Zw avel is oplosbaar in zwavelkoolstof. Hij hooge temperatuur kristalliseert zij hieruit in 't monokliene stelsel; bij lage temperatuur in 't rhonibische.

Nog een andere allotropische toestand der zwavel is de zwavelmelk (zwavel in zeer lijn verdeelden toestand), zooals bijv. ontstaat door natrium-thiosulfaat met een verdund zuur te behandelen:

Na,S,(>3 + 2 HC1 = 2 NaCl + H,SO, + S.

Zwavel verbindt zich gemakkelijk met zuurstof. Eenige metalen verbranden in zwaveldamp evengoed als 111 zuurstof, onder vorming van sulfiden.

De eenvoudigste methode om zwavel in een verbinding aan te toonen bestaat hierin, dat men deze samensmelt met Na,Cü3, waardoor Na,,S ontstaat, dat, met water bevochtigd, op een blank stuk zilver een zwarte vlek van Ag.,S doet ontstaan.

Zwaveldioxide ol' z\vavel igzuuranliyd li<1 <>.

Zwaveldioxyde is een kleurloos gas met verstikkenden reuk. Het lost goed op in water.

In het groot maakt men het door verbranding van zwavel of zwavelmetalen, in het klein door verhitting van koperkrullen met sterk H.,SO,; daardoor ontstaat eerst koperoxyd en daarna kopersulfaat, CuÖÜ,:

Cu + H,S04 = CuO + H.,0 + S0,,

CuO + 11,80, = CuSO, + H,0.

Coors, Scheikunde. I. 3

Sluiten