Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsen dit in een bekerglas met water, dan zal door de osmose het opgeloste zont uit het lampeglas gaan in 't omringende water en omgekeerd iets van het omringende water door den doorlatenden wand in 't lampeglas.

Nu zijn er echter ook wanden, gemaakt van zoodanige stof. dat zij wel 't water, maar niet de opgeloste stot' doorlaten; wanneer men nu een vat. van dergelijke stof gemaakt, vult met een oplossing van een of andere stof. daarna van hoven luchtdicht sluit met een kurk, waardoor een lange buis steekt en men plaatst het dan in een bekerglas niet water, dan zal wel het omringende water in dit poreuze vat dringen, maar de opgeloste stof kan er niet uit. Men ziet dan ook de oplossing in de lange buis opstijgen tot een zekere hoogte, afhankelijk van de hoeveelheid der opgeloste stof; uit deze hoogte en uit deze hoeveelheid kan men dan door de betrekking, die er tusschen beide bestaat, komen tot het moleculairgewieht. De druk, uitgeoefend door de vloeistofzuil, in de lange buis omhooggedreven, In-et de osmotische druk der oplossing. Wanden, die alleen 't water (oplosmiddel) maar niet de opgeloste stof doorlaten, lieeten lml/doorlatend.

Electrolytische dissociatie. Wanneer men bovengenoemde drie proeven uitvoert niet stoffen, waarvan het moleculairgewieht reeds is vastgesteld langs anderen weg, bijv. niet behulp der wet van Avagadro, clan merkt men soms, dat de waargenomen vriespuntsverlaging of kookpuntsverhooging of osmotische druk grooter is dan die, welke men volgens de formule kan berekenen. Uit deze grootere vriespuntsverlaging enz. volgt dan natuurlijk een kleiner moleculairgewieht.

Om deze onregelmatigheid te verklaren, overwoog Arkhenius, dat verdunde waterige oplossingen den electrischen stroom goed geleiden en dat daarbij de opgeloste stof tegelijkertijd in tweeën werd gesplitst, waarvan één deel ging naar de positieve, 't andere deel naar de negatieve pool.

Daarom nam Arriiknius aan, dat in oplossingen de zuren gesplitst waren in electrisch geladen deeltjes, iomn genoemd, en wel de eene soort, die door den electrischen stroom naar de negatieve pool werden gevoerd, positief geladen, en de andere, die aan de positieve pool kwamen, negatief geladen.

Dus bijv. in verdund zoutzuur was het HC1 gesplitst in positief geladen H-ionen en negatief geladen Cl-ionen; in zwavelzuuroplossingen was het H..S0, gesplitst in 2 positieve H-ionen en één negatief (maar met dubbele lading) SO,-ioon enz.

~f~

Dus: HC1 = H .... Cl;

+ -I-

H..SO, = HH.... S04;

HNO.j = H .... N03 enz.

Sluiten