Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Calciumsulfaat, CaSO„ komt voor als mineraal, anhydriet genoemd, en met water verbonden, CaSO, + 2 H,0, gips genoemd, in verschillende vormen (mariaglus en albast).

Gips lost een weinig op in water en wel in kokend water bijna evenveel als in koud water. In dit geval wordt de hardheid van 't water, veroorzaakt door het opgeloste CaSO„ niet weggenomen door het te koken. Men noemt daarom dit water permanent hard.

De opgeloste calciumzouten in het water veroorzaken den aanslag in stoomketels, bekend onder den naam ketelsteen.

Wordt gips tot 200J verhit, dan verliest het zijn kristalwater en heet dan gebrande gips of pleister. Met water vermengd, wordt het dan in allerlei vormen gebracht en kan dan verharden.

Calciumchloride, CaCl.,, wordt bereid uit koolzure kalk door inwerking van zoutzuur. Het is een zeer hygroscopische stof.

Chloorkalk of bleekkalk wordt verkregen door chloor over gebluschte kalk te leiden:

2 Ca(OH), + 2 Cl, = Ca(ClO), + CaCl3 + 2 H20.

Calcium/luoride of vloeispaath, CaF,, komt in den vorm van kuben in de natuur voor en wordt vooral gebruikt om fluoorwaterstof te bereiden.

Calciumphosphaat, Ca3(PO,),, komt ook in de natuur voor en is een belangrijke kunstmeststof.

Het glas is een dubbelsilicaat. De silicaten van kalium en natrium toch zijn oplosbaar in water; die der aardalkali-metalen niet. maar worden bij bekoeling kristallijn en door zuren ontleed. Een mengsel van beide soorten wordt noch door water, noch door zuren aangetast en is amorf. Zulk een mengsel is glas.

Men heeft: soda- of Fransch glas. bestaande uit natrium- en calcium-silicaat; potasch- of Boheenisch glas, bestaande uit kalium- en calciuni-silicaat: loodglas of flintglas, bestaande uit kalium- en loodsilicaat; gewoon groen glas is een onzuiver mengsel van silicaten van natrium, calcium, aluminium, ijzer, enz.

Men verkrijgt het glas door samensmelting van zand met krijt en alkalizouten (K.,C<>... Na,SO,. Na,C0;.). Hierdoor ontstaat een mengsel van die silicaten.

II. Stroiitiiiin.

Dit metaal komt in de natuur voor als de mineralen strontianii't (strontiunicarbonaat, SrC0:1) en coelestien (strontiumsulfaat, SrSO,). Het wordt op dezelfde wijze afgezonderd als liet metaal calcium.

Strontiumoxijde, Srü, wordt ook verkregen door het carbonaat te gloeien. Voegt men hierbij water, dan ontstaat het hydroxyde:

SrO + H,0 = Sr(OH),.

Sluiten