is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 46. Gelijkmatige beweging. Snelheid. De uitkomsten van dergelijke waarnemingen kunnen op verschillende wijzen worden opgeteekend. Men kan b.v. de baan in eene figuur afbeelden, zoo noodig op verkleinde of vergroote schaal, en bij verschillende punten daarvan getallen plaatsen, die de tijden voorstellen, waarop het lichaam deze punten bereikt heeft.

De beiceging heet gelijkmatig als in willekeurig gekozen gelijke tijdsdeelen even groote^ ivegen worden afgelegd. Fig. 3(J stelt zulk eene beweging voor; de punten O, 1, 2, 3, 4 liggen op gelijke afstanden van elkander.

De snelheid bij eene gelijkmatige beweging wordt gemeten j,. door den gedurende de tijdseenheid

afgelegden weg.

~~o 1 2 t v Met. eene spreekwijze die wij in

soortgelijke gevallen dikwijls zullen bezigen, zeggen wij ook: de snelheid is de weg die in de tijdseenheid wordt doorloopen.

De snelheid eener gelijkmatige beweging is voortdurend even groot.

In de definitie der gelijkmatige beweging is uitdrukkelijk sprake van willekeurig gekozen gelijke tijdsdeelen. Het lichaam moet niet alleen in iedere seconde even ver gaan, maar ook in elke halve seconde, of elk tiende deel eener seconde, enz. Zal dus de in Fig. 39 voorgestelde beweging werkelijk gelijkmatig zijn, dan moeten de punten waarbij '/». 31/a 7 2'/s enz. moet geschreven worden, juist in het midden liggen tusschen die, waarbij 0, 1, 2, 3 staat opgeteekend.

De in Fig. 40 voorgestelde beweging is niet gelijkmatig, al zou men kunnen meenen dat zij dat

Fig. to. . „ J

is, zoolang men alleen op de wegen o '/, '■ bz ~ lette, die in volle tijdseenheden worden doorloopen.

§ 47. Yrije val. Versnelde en vertraagde beweging. Voor de ontwikkeling der natuurkundige begrippen is van bijzonder belang het vallen der lichamen, wanneer zij zooveel mogelijk aan storende invloeden onttrokken zijn (vrije val). Zulk een invloed wordt in meerdere of mindere mate door de lucht