Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke wet de eene veranderlijke van de andere afhangt. Immers, dan kan op elk oogenblik de plaats van het punt worden aangegeven.

De betrekking tusschen de veranderlijken kan in eene tabel worden weergegeven (verg. § 1). Men kan nl. de tijden waarop men den stand van het punt heeft waargenomen, in de eerste kolom en de voor s gevonden waarden in de tweede kolom opteekenen.

Het verband tusschen s en / kan echter ook in eene formule worden uitgedrukt, hetzij in eene empirische formule, die zich zoo goed mogelijk aan de waarnemingen aansluit, hetzij in eene vergelijking die uit de definitie eener beweging van bijzonderen aard wordt afgeleid.

Zulke vergelijkingen zijn voor de bewegingen waarvan in de vorige § § sprake was gemakkelijk op te stellen.

§ 54. a. Gelijkmatige beweging. Wij kiezen voor O het punt waar het lichaam zich bevond op het oogenblik waarop men den tijd t begon te tellen, en onderstellen dat de beweging naar die zijde gericht is, naar welke s positief wordt gerekend. Zij v de snelheid. Uit de definitie der beweging volgt onmiddellijk dat

s = v t

is. Deze formule geldt ook voor eene beweging naar de negatieve zijde, als men in dit geval de snelheid v van het negatieve teeken voorziet.

Het is soms wenschelijk, het punt O anders te kiezen dan boven gezegd werd; op den tijd t = 0 is dan het lichaam op een zekeren afstand a van O. Op den tijd t wordt dientengevolge

s = a -j- v t.

In deze formule kan zoowel v als a positief of negatief zijn.

b. Vrije val. Wij rekenen den tijd t van af het oogenblik waarop de beweging begint, en s naar beneden van af het punt waar het lichaam wordt losgelaten. Wij stellen den weg die in de eerste tijdseenheid wordt afgelegd door a voor. Dan zijn (§ 47) de wegen, in de tweede, dertig tijdseenheid, enz.

Sluiten