Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men daaraan gedurende eenigen tijd een versnelde beweging.

b. Reeds in § 74 werd een electrische aantrekking vernield. Heeft men twee op dezelfde wijze geëlectriseerde stukken glas, waarvan het eene bewegelijk is, dan neemt dit, zoodra het losgelaten wordt, een snelheid aan, die van het andere stuk af is gericht. Er bestaat dan een electrische afstooting.

c. Andere voorbeelden van aantrekkingen en afstootingen leveren ons magneten.

Men kan een staaf- of naald vormigen magneet (kompasnaald) zoo aan een draad ophangen, of met een hoedje op een stift plaatsen, dat hij om een punt in het midden zijner lengte in een horizontaal vlak kan draaien. Aan zich zelf overgelaten, neemt hij dan een bepaalden stand aan, waarbij het eene uiteinde nagenoeg naar het Noorden wijst. Men noemt dit uiteinde de Noord-, het andere de Zuidpool. De richting van den magneet valt niet samen met den astronomischen of geographischen meridiaan; in Europa wijkt de noordpool westelijk van dezen laatsten af. Men noemt het verticale vlak waarin de naald zich plaatst, den magnetischen meridiaan en den hoek dien dit vlak met den astronomischen meridiaan maakt, de declinatie.

In Nederland is de declinatie thans ongeveer 13°,5; zij neemt elk jaar nagenoeg 0°,1 af.

Heeft nu een magneet den straks vermelden stand aangenomen, dan stelt hij zich in beweging, zoodra men op eenigen afstand naast een der uiteinden een pool van een anderen magneet plaatst. Men moet dus zeggen dat de eene magneetpool een kracht op de andere uitoefent; de richting daarvan wordt bepaald door den volgenden regel:

Twee ongelijknamige polen (een noord- en een zuidpool) trekken elkaar aan, twee gelijknamige (twee noord- of twee zuidpolen) stooten elkaar af.

Ook een stuk ijzer dat men nabij een der polen van de kompasnaald houdt, oefent daarop een kracht uit. Het ijzer trekt elke magneetpool aan en icordt ook omgekeerd daardoor aangetrokken.

Eindelijk moeten nog de krachten vermeld worden, die —

Sluiten