is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Rechtlijnige beweging. De baan is een rechte lijn wanneer de kracht voortdurend dezelfde richting heeft en het lichaam aanvankelijk in rust is of een beginsnelheid in de richting der kracht heeft.

Wij verdeelen den tijd in zeer kleine deelen en redeneeren vooreerst alsof gedurende elk van die deelen de kracht dezelfde grootte hield, die zij aan het begin daarvan had, alsof dus de kracht niet geleidelijk, maar met kleine sprongen veranderde. Is m de massa van het lichaam en K de kracht aan het begin van een der kleine tijdsdeelen t, dan ondergaat het lichaam in den loop daarvan een snelheidsvermeerdering of vermindering

K

m T

Met behulp hiervan kan de snelheid aan het einde van het tijdsdeel r uit die aan het begin worden afgeleid; uit de snelheid op het oogenblik waarop men de beweging begint te beschouwen, kan dus de snelheid aan het einde van het eerste, tweede, derde tijdsdeel enz. worden gevonden, en dus ook de snelheid op een willekeurig oogenblik. De uitkomst zal des te nauwkeuriger zijn, naarmate men de tijdsdeelen kleiner heeft gekozen; de ware uitkomst is de limiet waartoe de voor de snelheid gevonden waarde nadert als men de tijdsdeelen steeds kleiner maakt. Korter kunnen wij dit uitdrukken door te zeggen dat de tijd in oneindig kleine deelen verdeeld wordt en dat gedurende elk daarvan de kracht als standvastig wordt beschouwd.

Is eens de snelheid voor den geheelen loop der beweging bekend, dan kan ook de plaats van het lichaam op ieder oogenblik worden gevonden. Bij dit vraagstuk kan gedurende een tijdselement t de beweging als gelijkmatig worden beschouwd, zoodat men door vermenigvuldiging van de snelheid met t den afgelegden weg kan berekenen. Door dit voor de achtereenvolgende oneindig kleine tijden te doen, kan men de plaatsverandering van het lichaam van oogenblik tot oogenblik volgen.

In vele gevallen is de kracht die op het lichaam werkt