Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben afgestaan, en het koude w?3 (t — <s) calorieën hebben opgenomen. Uit de gelijkstelling van beide uitdrukkingen zou men voor de eindtemperatuur vinden

^-j- wij tg + m» '

en dus, wanneer ml - was,

t = | (<j 4- tt).

De hoeveelheid warmte die vereischt wordt om de temperatuur van een gram water 1° te doen stijgen, is in werkelijkheid van de begintemperatuur afhankelijk. Zij is een minimum bij 20° a 30°. Volgens de laatste onderzoekingen is, wanneer de calorie gedefinieerd wordt als boven, voor de verwarming van 0° tot 1° ongeveer 1,01 cal. en voor de verwarming van 99° tot 100° ongeveer 1,04 cal. noodig.

§ 135. Calorimeter. Zoo noemt men een bakje met een afgewogen hoeveelheid water, waarin een gevoelige thermometer (in tienden of vijftigsten van graden verdeeld) geplaatst is, en dat dient om hoeveelheden warmte te meten. Men moet daartoe die warmte aan het water mededeelen, en de temperatuurverhooging bepalen. Op deze wijze kan b.v. de warmte worden gemeten, die door een electrischen stroom ontwikkeld wordt in een metaaldraad, die in het water van den calorimeter geplaatst is, de warmte die door mechanischen arbeid wordt voortgebracht, of, wanneer in het water een spiraalvormig gewonden buis geplaatst is, door welke een damp wordt geleid, de warmte die ontstaat bij de verdichting van dezen damp tot vloeistof.

Men kan ook proeven nemen, waarbij aan den calorimeter warmte wordt onttrokken; het bedrag daarvan wordt gevonden uit de hoeveelheid water en de daling die de temperatuur ondergaat.

Als voorbeeld van zulk een proef kan de bepaling dienen van de hoeveelheid warmte die noodig is om de massa-eenheid ijs te smelten.

§ 136. Smeltingswarmte Tan ijs. Men verbeelde zich in

Sluiten