Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 136.

dat A, O en B in een rechte lijn liggen, en wel zoo dat A O =

= O B = /, zoodat de balans gelijkarmig is, terwijl O C = h den afstand van het zwaartepunt tot de draaiingsas voorstelt. Als er op een der schalen een klein overwicht p wordt gebracht, zal er weer evenwicht zijn bij een uitwijking cp, die bepaald wordt door

P l

of bij beuadering (§ 32)

V JQ

De gevoeligheid die door de verhouding van <J> en p wordt gemeten, is dan onafhankelijk van de belasting P. Zij neemt toe als h kleiner wordt. Dikwijls kan men met een regelschroefje li en daarmede de gevoeligheid veranderen. Ook vergrooting van l Fls- 137- zou de gevoeligheid doen toenemen,

indien niet bij verlenging van het juk ook het gewicht Q grooter werd. Zelfs neemt Q sterker toe dan l, omdat men ter wille van de stevigheid bij vergrooting van l ook de dikte grooter moet nemen. In 't geheel zal dus de gevoeligheid afnemen en is het juist voordeelig korte, lichte jukken te gebruiken.

Wanneer bij een balans de punten A, O en B niet in een rechte lijn liggen, zal de gevoeligheid van de belasting afhangen. In het geval van Fig. 137 is de verticale lijn door A verder van O verwijderd

p + p door A verder van U verwijderd

dan die welke door B gaat, en wij zien gemakkelijk in dat vergrooting der gelijke belastingen P de uitwijking zal doen toe-

Sluiten