Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn bevestigd, is ooi de schijven geslagen en genoegzaam gespannen om een glijding daarlangs onmogelijk te maken. Wordt A in de richting der pijl rondgedraaid, dan wordt B in dezelfde richting bewogen; de hoeksnelheden zijn daarbij omgekeerd evenredig met de stralen. Het deel rs van het koord is meer gespannen dan het deel p q; daaruit vloeit de kracht voort, die B in beweging brengt. Moeten de schijven in tegengestelde Fig jjf richting draaien, dan bezigt

men een geK.ruisi.eii j

(Fig. 147).

b. Bij evenwijdige assen kunnen ook cilindervormige en bij assen die elkaar snijden (Fig. 148), kegelvormige wrijvingsraderen worden gebezigd. De elkander aanrakende opper¬

vlakken daarvan moeten ruw genoeg zijn om de eene schijt door de andere te doen medevoeren.

. i l_ i,3

c. Moet een aanmerK.eiija.e wccioiauu. worden overwonnen, of wil men zich geheel verzekeren van een bepaalde verhouding der hoeksnelheden, dan bezigt men tandraderen. Fig. 149 stelt een paar dergelijke raderen voor, die op

assen loodrecht op het vlak der teekening zijn bevestigd. Daar

l 1 /» 1 J •• J

in aenzenuen uju vau beide raderen even veel tanden door de verbindingslijn der middelpunten gaan, zijn de hoeksnelheden omgekeerd evenredig met het aantal tanden.

Raderen met weinige tanden heeten rondsels.

De tanden kunnen ook

bij het eene rad aan de binnenzijde zijn aangebracht, zooais in

Sluiten