Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 150.

Fig. 150. In dat geval hebben de assen dezelfde draaiingsrichting, terwijl zij in het geval van Fig. 149 in tegengestelde richting draaien.

Bij assen die elkander snijden, worden kegelraderen aangebracht. Een denkbeeld daarvan krijgt men, wanneer men zich de afgeknotte kegels van Fig. 148 voorzien denkt van uitstekende ribben, langs de beschrijvende lijnen loopende.

Voor een behoorlijke werking der raderen is de gedaante der tanden niet onverschillig; de meetkundige beschouwingen waardoor die bepaald kan worden, moeten hier evenwel achterwege blijven. Alleen zij nog opgemerkt dat men steeds zorg draagt, dat op eenzelfde oogenblik meer dan één paar tanden met elkander in aan¬

raking zijn.

Daar zoowel aan zeer groote als aan zeer kleine raderen bezwaren verbonden zijn, brengt men, wanneer een groot verschil in hoeksnelheid verlangd wordt, de beweging niet rechtstreeks van de eene as op de andere over. Men neemt dan zijne toevlucht tot stelsels van raderen, die ten deele op de assen zelf, ten deele op hulpassen zijn bevestigd. Men kan de beweging nl. overbrengen van een as A op een as B, van deze laatste, met behulp van een tweede rad waarvan zij voorzien is, op de as C, enz.

Als voorbeeld vermelden wij nog den kunstgreep waardoor men de wijzers van een uurwerk, met hoeksnelheden die tot elkaar staan als 1 en 12, om hetzelfde middelpunt laat draaien. De miuuutwijzer is bevestigd op de as A (Fig. 151), die zijne wenteling door tusschenkomst van een stel raderen van

de beweegkracht ontvangt. Door de raderen B en C wordt de beweging van A op de as D overgebracht. Deze as draagt een

18

Fig. 151.

Sluiten