Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In fig. 155 vindt men een inrichting voorgesteld om de beweging van de as A over te brengen op de as B door middel van tusschenraderen. In den vol geteekenden stand van deze laatste zullen er twee tusschenraderen werken en krijgen beide assen tegengestelde draaiingsrichting. In den gestippelden stand zal er slechts één tusschenrad werken en wordt de draaiingsrichting van B dezelfde als die van A. In een tusschengelegen stand is de verbinding der assen opgeheven. De overgang van den eenen stand naar den anderen kan worden verkregen door draaiing van het stel tusschenraderen om een as C.

Men kan ook twee assen, die in elkanders verlengde liggen, met elkaar in verbinding stellen. Men brengt daartoe op de naar elkaar toegekeerde uiteinden schijven aan, waarvan de eindvlakken loodrecht op de assen staan. Deze schijven zijn van tanden voorzien, die, als zij in elkaar grijpen, de eene as met de andere doen méégaan. De eene schijf is vast op de as geplaatst, de andere kan over de as verschoven worden, of¬

schoon hij deze bij een wenteling medeneemt.

b. Bij het gebruik van een riem zonder eind kan men op de as die in beweging gebracht moet worden, naast de schijf die vast met die as verbonden is, een tweede plaatsen, die onafhankelijk daarvan draaien kan. Door een vork die den riem omvat, en verschoven kan worden, kan de riem van de eene schijf op de andere worden overgebracht.

c. In Fig. 156 is een palrad a met de pal h voorgesteld. De laatste is een staafje dat om het punt c gemakkelijk draaien kan en met het uiteinde tusschen de tanden van het rad kan vallen, of, zoo noodig, door een veer daartusschen wordt gedrukt. De vorm der tanden heeft tengevolge dat, wanneer de

Fig. 155.

Sluiten