Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechts voort, dan kan b verder gaan, waarbij tegen het schuine eindvlak van E een kracht naar rechts wordt uitgeoefend. Weldra komt het schakelrad op nieuw tot rust door de ontmoeting van D met den tand c; B blijft dan stilstaan tot dat het anker naar rechts is doorgeschommeld en naar links zoover is teruggekeerd dat de afgebeelde stand weer bereikt is. Daar dan de tand c juist voor a in de plaats is gekomen, ziet men dat bij een vollen heen- en weergang van het anker het rad één tand voortgaat.

De versnellende werking die het schakelrad op het anker en dus indirect de beweegkracht op den slinger uitoefent, houdt dezen, ondanks de weerstanden, in voortdurende schommeling; zij maakt echter tevens de amplitudo van de beweegkracht en de weerstanden in het raderwerk afhankelijk. Dank zij de eigenschappen van den slinger heeft deze omstandigheid geen of weinig invloed op den schommeltijd.

Fig. 167. Vermelden wij nog

uat de sJinger is opgehangen aan een korte reep staal, waarvan het boveneinde is vastgeklemd en die door zijne buigzaamheid de schommelingen mogelijk maakt.

Fig. 107 kan een denkbeeld geven van het cilinder-echappe¬

ment, aldus genaamd,

omdat de tanden van het schakelrad B in den hollen cilinder ^ grijpen, die door een onrust (§ 130) om zijne meetkundige as over een vrij grooten hoek wordt heen en weer gedraaid.

Op de hoogte der tanden is de mantel van den cilinder voor een deel weggenomen.

Fig. 168 doet de werking van het echappement nader zien. Het schakelrad staat stil in den bij 1 aangegeven stand, terwijl de cilinder, na een uitersten stand bereikt te hebben, zich in de aangegeven richting beweegt. Weldra wordt de tand e losgelaten;

Sluiten