Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. De aantrekking of afstooting tusschen twee polen is omgekeerd evenredig met de ticeede macht van hun afstand.

b. Tusschen de icerkingen die tioee magneetpolen A en B op een derde pool C, telkens op denzelfden afstand, uitoefenen, bestaat altijd dezelfde verhouding, welke pool men ook voor G neemt.

Oefenen de polen A en B op een derde pool C, bij denzelfden afstand, gelijke krachten (aantrekkingen of afstootingen) uit, dat zegt men dat A en B even sterk zijn.

c. De noord- en zuidpool van denzelfden magneet hebben altijd dezelfde sterkte.

Werkt, op denzelfden afstand, de pool A op C met een p maal zoo groote kracht als de pool B, dan zegt men dat hij p maal zoo sterk is als B. M. a. w.:

De werking die een magneetpool uitoefent, is evenredig met de sterkte daarvan.

Uit de wet der gelijkheid van werking en terugwerking kan men dan verder afleiden:

Ook de werking die een magneetpool van een andere ondervindt, is evenredig met de sterkte der eerste pool.

Deze beide wetten kunnen worden samengevat in dezen regel:

De onderlinge werking van twee magneetpolen is samengesteld evenredig met de sterkte van beide.

De eenheid van sterkte wordt aan een magneetpool toegeschreven, wanneer hij een ticeede even sterke op den afstand 1 met de eenheid van kracht afstoot. Deze eenheidspool is geheel bepaald, zoodra de eenheid van lengte en die van kracht gekozen zijn, eenheden, die wij aan het C-G-S-stelsel zullen ontleenen. Bevinden zich twee polen met de sterkte m en m' op een afstand r van elkaar, dan is de onderlinge werking

m m'

-pr- (14)

§ 192. Krachtveld rondom een magneet. Zij N Z(Fig. 172) de magneet en zij een bewegelijke noordpool n in een willekeurig punt in zijne nabijheid geplaatst. Laat n a en nb de

Sluiten