Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dezelfde wijze zal in een vloeistof- of gasmassa, hoe zij zich ook beweegt, en welke krachten er ook op werken, ieder klein ruimtedeel in alle richtingen even sterk samengedrukt zijn, waarvan het boven omtrent den inwendigen druk gezegde een onmiddellijk gevolg is.

§ 203. Geval waarin (le druk in alle punten even groot is. De vraag in hoeverre in een stilstaande massa de druk van het eene punt tot het andere verandert, kan men beantwoorden door in het oog te houden (§ 168) dat een lichaam alleen dan in evenwicht kan zijn, wanneer de krachten die een willekeurig deel ervan ondervindt, elkaar opheffen. Voor het gedeelte eener vloeibare of gasvormige massa, dat binnen een denkbeeldig gesloten oppervlak ligt, komen daarbij, behalve krachten zooals de zwaartekracht, al de drukkingen in het spel, die door de omringende stof worden uitgeoefend. Bij het opmaken der evenwichtsvoorwaarde behoeft op de „vloeibaarheid" van het beschouwde deel niet gelet te worden (§ 16'.)). Meestal zullen wij zeer smalle prismatische of cilindrische vloeistofzuiltjes beschouwen met eindvlakken, loodrecht op de lengte, en de evenwichtsvoorwaarde opzoeken voor de krachten in de richting der lengte. Daar de druk op het zijdelingsch oppervlak overal loodrecht op de lengte staat, kan deze druk daarbij buiten beschouwing blijven.

Aanstonds ziet men nu dat een vloeistof of een gas, als op het binnenste geen uitwendige krachten werken, alleen in evenwicht kan zijn, wanneer de druk overal even groot is. Want een willekeurig zuiltje moet aan de eindvlakken gelijke krachten ondervinden, en daar de eindvlakken even groot zijn, moet ook de druk per eenheid van oppervlak aan weerszijden dezelfde waarde hebben. Zoodra aan deze voorwaarde niet voldaan was, zou de vloeistof in beweging geraken.

Alleen dan mag natuurlijk deze stelling worden toegepast wanneer van de werking der zwaartekracht mag worden afgezien, dus in die gevallen, waarin de druk dien de zwaartekracht in de onderste lagen veroorzaakt, klein is in vergelijking met den druk die op andere wijze ontstaat. Als voorbeeld kan een gasmassa van matige afmetingen dienen, of een vloeistof

Sluiten