Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Een verticaal zuiltje ab (Fig. 183) kan alleen in evenwicht zijn, wanneer de druk tegen het grondvlak dien tegen het bovenvlak overtreft, met een bedrag dat gelijk is aan het

gewicht van het zuiltje. Ten einde aanstonds het verschil te leeren kennen tusschen den druk in a en dien in b, beide per vlakteeenheid genomen, kennen wij aan het zuiltje een doorsnede gelijk aan die eenheid toe. De druk in b overtreft derhalve dien in a met het gewicht der verticale vloeistof of gaskolom die, met de doorsnede 1, tusschen a en b wordt aangebracht.

Bij gassen kan de toepassing dezer stelling in zoo verre zwarigheid opleveren, dat men, wegens de verandering der dichtheid met de hoogte, het gewicht

der kolom moeilijk berekenen kan. Dit neemt intusschen de juistheid der stelling niet weg. Wij kunnen die b.v. toepassen op een verticale kolom, stel van 1 c.M2 doorsnede, die zich in de open lucht tot aan de grens van den dampkring verheft ; de kracht waarmede de aarde de in die kolom aanwezige lucht aantrekt, bepaalt den druk op het grondvlak. Even groot is dan ook (.§ 202) de druk op een op dezelfde hoogte als dit vlak verticaal of scheef geplaatsten c.M2, en even groot is ook de druk in hetzelfde horizontale vlak binnen een vertrek dat door een, al is het nog zoo enge, opening met de buitenlucht in gemeenschap staat. Wegens het geringe gewicht van een luchtkolom die tot aan den zolder van het vertrek reikt, mag men dikwijls van de drukverschillen in dit laatste afzien.

De druk dien de lucht in het vertrek tegen de wanden en andere voorwerpen uitoefent, is niet het gevolg van het gewicht dezer lucht zelf, maar van het gewicht der buitenlucht, waardoor de lucht in de kamer wordt samengedrongen.

c. Een vloeistofmassa die langs een deel van haar oppervlak met de dampkringslucht in aanraking is, ondervindt van deze laatste een overal even grooten druk, zoodat ook de druk in de vloeistof, even beneden het oppervlak, overal dezelfde waarde moet hebben. Is dit oppervlak een plat vlak, dan kan men zich een zuiltje denken, onmiddellijk langs het oppervlak liggende. Zulk een zuiltje wordt dan in de richting der lengte

Sluiten