Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stelling omtrent het arbeidsvermogen maakt een berekening der drukverschillen mogelijk. Wij beschouwen de geheele vloeistofmassa die tusschen de doorsneden a en b (Fig. 198) begrepen is Na een oneindig kleinen tijd t ligt zij tusschen a' en 4'. Zij p, de druk per vlakteeenheid in a,p.2 die in ij laat S, en S.2 de beide doorsneden, v, en de snelheden zijn, zoodat r, S, = fj Sj is. De arbeid van den druk links is px vt S, r, die van den druk rechts — />2 r.2 S2 r, en de druk dien de wand uitoefent, verricht geen arbeid, daar hij loodrecht op de bewegingsrichting staat. Het arbeidsvermogen van beweging moet dus met (pt —Si T zijn toegenomen. Nu heeft voor en na den tijd t de vloeistof tusschen a en 4 dezelfde kinetische energie, maar tot de massa die wij beschouwden behoorde eerst het volume ?*i S, r met de snelheid , en lat .1 het volume t>.2 S.2 r met de snelheid r.2. liet arbeidsvermogen van beweging is dus toegenomen met

' », S, t (pa' — t>,*) d,

als d de dichtheid is, en men verkrijgt:

Pt — Pi = 1 »i2)-

Het drukverschil wordt hierdoor in dynes per c.M2 gegeven, wanneer men alles in C. G. S.-eenheden uitdrukt.

Het in deze § gezegde geldt in hoofdzaak ook van gassen; bovendien bestaan de drukverschillen niet alleen bij de beweging in buizen, maar in het algemeen, zoodra de weg dien de vloeistof- of gasmassa volgt, zich ergens verengt, zal daar de kleinste druk gevonden worden.

Ziehier een paar verschijnselen die hierin een verklaring vinden.

a. Een schijf a b (Fig. 199) is in het midden van een opening voorzien, waarin de buis c is gestoken; op kleinen afstand van

ah wordt een tweede plaat de gehouden. Een krachtige luchtstroom door de buis in de richting van de pijl doet nu, als de omstandigheden geschikt gekozen zijn, de tot ab naderen. De lucht die uit de buis komt, verspreidt zich nl. over den geheelen omtrek der ruimte tusschen de

schijven; bij deze verbreeding van den weg moet de druk toenemen, en daar nu aan den omtrek de dampkringsdrukking bestaat, vindt men overal tusschen de schijven, en vooral in het midden, een kleineren druk. De druk van de buitenlucht tegen de onderzijde van d e brengt het verschijnsel teweeg.

Fig. 199.

Sluiten