Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 206.

ningen kan bereiken dan met de gewone luchtpompen. Men stelle zich, om een denkbeeld van de werking te krijgen, een glazen ballon voor, aan den top van een verticale buis, door welke men kwik in den ballon kan laten opstijgen of daaruit kan laten wegvloeien. Deze ballon moet in gemeenschap gebracht kunnen worden met het reservoir waaruit men de lucht wil verwijderen, en bovendien moet er een uitweg zijn aangebracht, waardoor lucht uit den ballon kan worden weggedreven. De beide wegen worden op een of andere wijze op

geschikte oogenbliKKen geopena en gesloten, en wrel zoo, dat bij het wegvloeien van het kwik uit den ballon lucht uit het reservoir toestroomt en dat deze lucht, als het kwik stijgt, langs den zooeven genoemden uitweg wordt verwijderd. De ballon kan dus met den cilinder eener gewone luchtpomp vergeleken worden en het kwik met den zuiger, terwijl de schadelijke ruimte vermeden is, daar het kwik werkelijk in aanraking met den geheelen wand van den ballon kan komen en dezen dus geheel kan vullen.

Wordt het openen en sluiten der ■verbindingswegen met behulp van kranen verkregen, wat bij de oudste kwikluchtpompen geschiedde, dan zal steeds door het vet, waarmede noodzakelijk de kranen moeten worden ingesmeerd, het kwik een weinig verontreinigd worden, wat de goede werking belemmert. De kwikluchtpomp van Bkssel-Hagen , die in Fier. 200 in zijn eenvoudigsteu

vorm is voorgesteld, en waarbij alle kranen kunnen worden vermeden, is vrij van dit bezwaar. Men kan hier het kwik in den bol A doen rijzen of dalen door den bol B die met een caoutchoukslang aan de buis C is verbonden, naar boven of

Sluiten