Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kookt, dan is de volumevermeerdering gelijk aan het oorspronkelijke volume, vermenigvuldigd met 0,366.

Wij kunnen een der bedoelde toestellen als thermometer bezigen (luchtthermometer). Wij plaatsen daartoe bij die punten van de buis, tot welke de gasmassa bij de zooeven genoemde proeven reikt, de getallen 0 en 100, verdeelen den afstand daartusschen in honderd gelijke deelen en zeggen dat de temperatuur t° is, wanneer het gas zich uitstrekt tot de deelstreep waarbij het getal t staat. Klaarblijkelijk brengt deze bepaling der temperatuur mede dat het gas zich voor eiken graad temperatuurverhooging evenveel uitzet.

Onder den uitzettingscoëfficient verstaat men de breuk die aangeeft welk gedeelte de volumevermeerdering bij 1° temperatuurverhooging is van het volume bij 0°. Is x deze coëfficiënt, v0 het volume bij 0°, en vt dat bij <°, dan is

vt = v0 (1 + * t) (2)

De waarde van den uitzettingscoëfficient is blijkens het bovenstaande

1 \

« = 0,00366 =

Meet men nu verder de temperaturen met den zooeven genoemden thermometer en onderzoekt men de uitzetting van andere gassen, dan blijkt, wegens de wet van Gay-Lussac, ook

bij deze het volume voor eiken graad toe te nemen met -^0

u 1 O

van de waarde, die het bij 0° heeft. Derhalve geldt voor alle'} gassen de formule (2) en heeft voor alle de uitzettingscoëfficient dezelfde waarde.

In werkelijkheid vertoonen de gassen dergelijke afwijkingen van de wet van Gay-Lussac als van die van Boyle; wij zullen evenwel ook daarvan afzien.

§ 219. Algemeen verband tusschen druk, temperatuur en volume. Hoe, bij onveranderlijk volume, de druk van een gasmassa bij verhitting verandert — het derde punt, dat in § 215 werd opgenoemd — behoeft niet meer afzonderlijk onderzocht te worden, maar kan uit hetgeen wij nu

Sluiten