Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde uitkomst gekregen hebben. Bij een bepaalde temperatuur is dus de mclekulaire snelheid ran liet gas onafhankelijk ran de dichtheid. Had men dit, als op zich zelf aannemelijk, op den voorgrond gesteld, dan zou uit de vergelijking (8) de wet van Boyle volgen.

Daar het product p v bij verwarming evenredig met de absolute temperatuur toeneemt, is blijkens (7) hetzelfde met A het geval, terwijl volgens (8) de gemiddelde snelheid evenredig met den vierkantswortel uit de absolute temperatuur zal zijn.

Vergelijkt men eindelijk twee verschillende gassen bij dezelfde temperatuur en onder denzelfden druk, dan komt in eenzelfde volume in beide dezelfde kinetische energie voor; de gemiddelde snelheid U is dus omgekeerd evenredig met den vierkantswortel uit de dichtheid. Zij is bij waterstof grooter dan bij eenig ander gas.

Merken wij ten slotte nog op, dat de gemakshalve gemaakte onderstelling dat de molekulen niet tegen elkaar botsen, gebleken is, niet noodzakelijk te zijn om de medegedeelde uitkomsten te verkrijgen. Wel zal door de botsingen somtijds een molekuul dat anders tegen een wand zou botsen, daarin verhinderd worden, maar evengoed zullen deeltjes door een ontmoeting met andere tegen een wand worden geworpen.

Zoo lang maar de molekulen zeer klein zijn in vergelijking met de tusschenruiinten, gelden de afgeleide formules, al hebben er ook een zeer groot aantal ontmoetingen plaats.

Ook in een vat van willekeurigen vorm wordt de druk door de vergelijking (7) bepaald.

§ 222. Beweging van <le bestanddeelen der molekulen. Dissociatieverschijnselen. Terwijl het zwaartepunt van een molekuul voortvliegt (verg. § 170, a), kunnen zich bovendien de atomen waaruit het is samengesteld, met betrekking tot dat punt bewegen; het molekuul kan b.v. in zijn geheel draaien, en de atomen kunnen kringvormige banen om hun gemeenschappelijk massamiddelpunt beschrijven, of aan weerszijden van een evenwichtsstand heen- en weergaan. Deze bewegingen zouden, al bestonden zij eerst niet, van zelf ontstaan door de krachten die bij een ontmoeting werken tusschen de het dichtst bij elkaar komende atomen; deze zullen snelheden ontvangen, des te aanzienlijker naarmate de botsende molekulen in hun geheel met grootere snelheid voortvliegen. Wordt de temperatuur van het gas meer en meer verhoogd, dan zullen zich eindelijk de atomen zoo hevig bewegen, dat de krachten waardoor zij aan elkaar gebonden zijn niet meer toereikende zijn om het molekuid in stand te houden.

Sluiten