Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken met de uitwendige krachten, zou men mogen zeggen dat de gebogen staaf een zekere potentieele energie heeft en dat bij de schommelingen een afwisselende overgang van deze in kinetische energie en omgekeerd plaats heeft. Zooals reeds in § 144 werd opgemerkt, is deze opvatting, al wijkt zij misschien bij menig vast lichaam niet ver van de waarheid af, niet geheel juist. Veiliger is het daarom, ons niet in het mechanisme der verschijnselen te verdiepen en eenvoudig van het arbeidsvermogen van een gedeformeerd lichaam te spreken. Dit hebben wij in het begin van Hoofdst. II gedaan. Daar wij toen nog niet van den overgang van warmte van het eene lichaam naar het andere gesproken hadden, werd stilzwijgend ondersteld dat de veranderingen adiabatisch plaats hebben. Is dit het geval, dan kan men inderdaad zeggen (§ 117) dat de arbeid dien wij aan het deformeeren besteden, gelijk is aan een vermeerdering van het arbeidsvermogen van het lichaam en dat bij trillende bewegingen de som van het inwendige arbeidsvermogen en de kinetische energie constant blijft.

De stellingen over de vrije energie gelden in een ander geval, nl., waaraan wij nog eens uitdrukkelijk herinneren, voor isothermische veranderingen. Wanneer wij een staaf bij standvastige temperatuur buigen, mogen wij niet zeggen dat de energie die in het lichaam aanwezig is, toeneemt met een bedrag, gelijk aan den door ons verrichten arbeid; er kan nl. eenige warmte aan het reservoir zijn afgestaan of onttrokken (in welk geval de temperatuur zou zijn veranderd, zoo de verandering adiabatisch had plaats gegrepen). Evenmin mogen wij zeggen dat bij de trillende beweging het totale arbeidsvermogen van de staaf zelf onveranderd blijft; ook nu kan er warmte overgaan van de staaf naar het reservoir en omgekeerd. Daarentegen kunnen wij wel verzekerd zijn, vooreerst van de onveranderlijkheid van het arbeidsvermogen dat in dit laatste geval de staaf en het reservoir te zamen hebben, en ten tweede van de juistheid der regels die op de vrije energie betrekking hebben.

Daarbij verdient het vooral de aandacht dat deze regels in vorm overeenstemmen met andere die men in de mechanica

Sluiten