Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

springt, berust op liet geringe verschil tussclien de uitzettingscoëfficienten der twee stoffen.

ƒ. Verzet zich gedurende een temperatuurverandering een of ander beletsel tegen de uitzetting of inkrimping van een lichaam, dan ondervindt het van dit laatste een kracht, die soms zeer groot is.

Beschouwen wij b.v. een staaf, die bij 0° de lengte l en een doorsnede s heeft, en zoeken wij de krachten waarmede wij tegen de uiteinden moeten drukken, om bij een verwarming tot t° de uitzetting te beletten. Wij kunnen ons daartoe voorstellen (verg. § 219) dat wij vooreerst de uitzetting vrij laten plaats hebben en vervolgens, bij de standvastige temperatuur t, de staaf weer tot de aanvankelijke lengte samendrukken.

Door de formule (2) vindt men voor de daartoe vereischte kracht

K — x t (\ -\r x t) s^i\

het is er namelijk om te doen, aan een staaf van de lengte l (1 + x t) en de doorsnede s (1 + «■ l)2 Je samendrukking xl t te geven.

Daar x t klein is mag men voor de gevonden uitdrukking schrij ven

K = x t s E;

voor E moet hierin eigenlijk de elasticiteitscoëfEcient bij tu genomen worden.

Had men de krachten K dadelijk bij de verwarming aangebracht, dan zou het lichaam zich in het geheel niet uitgezet hebben, en was de staaf tusschen een paar onwrikbare beletselen besloten, dan zou hij daartegen een druk = K uitoefenen.

g. Er bestaan enkele uitzonderingen op den regel dat een vast lichaam zich bij verwarming uitzet; een caoutcboucbuis b.v., die door een voldoende belasting gespannen is, trekt zich bij verwarming aanmerkelijk samen.

§ 265. Verandering «Ier temperatuur bij adiabatische uitrekking of samentrekking van een draad. Wanneer een draad dien men eerst met zekere kracht gespannen heeft, door een aangroeiing dezer kracht verder wordt uitgerekt ot zich tengevolge van een afneming daarvan samentrekt, en wel «onder dat warmte wordt toe- of afgevoerd,

Sluiten