Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer van den druk dien de vloeistof door haar gewicht uitoefent, mag worden afgezien, dus in een niet te diepe massa, zullen eenmaal gevormde dampbellen kunnen blijven bestaan bij die temperatuur, icaarbij het maximum van spanning van den damp gelijk is aan den uitwendigen druk die hetzij door een gas, hetzij door reeds aanwezigen damp op de vloeistof wordt uitgeoefend. Deze temperatuur wordt het kookpunt der vloeistof genoemd. In werkelijkheid moet menigmaal wegens een later te bespreken oorzaak iets verder verhit worden eer het koken begint. Een thermometer, die in den ontwijkenden damp geplaatst is, wijst echter een temperatuur aan, gelijk aan het ware kookpunt. Het reservoir van zulk een thermometer wordt nl. met een laagje vloeistof bedekt en krijgt de temperatuur waarbij deze vloeistof in evenwicht is met damp van den druk die in de omringende ruimte bestaat.

Uit het in de vorige § gezegde kan men besluiten dat het kookpunt van een zoutoplossing hooger is dan dat van zuiver water.

§ 274. Verdamping» warmte. Bij elke verdamping van een vloeistof verdwijnt een zekere hoeveelheid warmte; meer in het bijzonder zullen wij onder „verdampingsivarmte" de hoeveelheid warmte verstaan, die wij aan een gram vloeistof van zekere temperatuur moeten toevoeren om die in verzadigden damp van dezelfde temperatuur te doen overgaan. Men bepaalt deze grootheid door de warmte te meten, die omgekeerd ontwikkeld wordt, als de verzadigde damp tot vloeistof wordt verdicht.

De verdampingsicarmte dient ten deele om de inwendige energie der stof te verhoogen; inderdaad is in den damp het arbeidsvermogen van plaats dat de molekulen tegenover elkaar hebben, grooter dan in de vloeistof, en heeft misschien ook de kinetische energie niet dezelfde waarde.

Maar bovendien heeft bij den overgang in damp een aan- > merkelijke volumevermeerdering plaats; de verdamping is dus alleen mogelijk, wanneer een zuiger waaronder zich de vloeistof bevindt, of een gas- of dampmassa die daarop drukt, verplaatst wordt. Bij die verplaatsing verricht de damp een

Sluiten