is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raolekulen zelf een merkbaar volume innemen en niet of weinig samendrukbaar zijn, ook de hoogste bereikbare druk het totale volume niet beneden een zekere grens kan brengen. Deze verminderde samendrukbaarheid bij hooge drukkingen valt ook op te merken als men boven de kritische temperatuur blijft en dus, zoo men wil, steeds met een gas te doen heeft. Bij waterstof, waar de molekulaire attractie zeer zwak is, heeft zelfs bij gewone drukkingen de uitgebreidheid der deeltjes een overwegenden invloed; dit gas wijkt nl. in tegengestelde richting als het koolzuur van de wet van Boyle af.

Van den invloed der molekulaire aantrekking kan nog de volgende beschouwing een goed denkbeeld geven. Het is gebleken dat de aantrekkende krachten die de molekulen op elhaar uitoefenen, alleen op zeer kleine afstanden, ver beneden 0,001 m.M., merkbaar zijn. Alle deeltjes die op een bepaald molekuul P kunnen werken, liggen dus binnen een zekeren uiterst kleinen bol, om P als middelpunt beschreven. Ligt nu het deeltje P in het binnenste van een vloeistofmassa (Fig. 227), dan valt deze bol, de werkingsspheer, geheel in de vloeistof. Daar hij gelijkmatig met stof gevuld is, zooals wij zullen aannemen, zullen al de op P werkende aantrekkingen elkaar opheffen.

met vloeistof gevuld, dan zouden alle op Q werkende krachten elkaar opheffen, maar, nu abc ledig is, ondervindt Q een resulteerende kracht die, volgens de normaal op het oppervlak, naar binnen, d. w. z. naar de zijde der vloeistof gericht is. Dit geldt van alle deeltjes in een laag met de dikte p (de zoogenaamde grenslaag) tusschen SS en het oppervlak S'S'. Derhalve: terwijl op deeltjes in het binnenste der vloeistof

Fig. 227.

Anders is het met een molekuul Q, dat op een afstand, kleiner dan de straal p der werkingsspheer, van het oppervlak SS ligt. Van de om zulk een deeltje beschreven werkingsspheer ligt nl. een gedeelte abc buiten SS. Was ook diteedeelte