is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen resulteerende kracht werkt, worden alle molekulen in de grenslaag in een richting, loodrecht op het oppervlak, naar

binnen getrokken.

Tot hetzelfde besluit komt men ook wanneer men, in plaats van een vloeistof, een gas met merkbare molekulaire aantrekking beschouwt.

De toepassing op het onderwerp dat ons bezig hield, ligt voor de hand. Zal een stelsel in beweging verkeerende molekulen binnen een begrensde ruimte besloten blijven, dan moeten de deeltjes, zoodra zij aan 't oppervlak daarvan gekomen zijn, weer naar binnen worden gedreven. De daartoe noodige kracht is bij een denkbeeldig gas zonder molekulaire attractie de door een wand uitgeoefende druk. Trekken echter de molekulen elkaar aan, dan wordt ook hierdoor de grenslaag naar binnen gedreven, en is er dus een kleinere uitwendige druk noodig om de stof binnen het haar aangewezen volume te houden. Naarmate nu de dichtheid grooter wordt, neemt ook de kracht toe, waarmede de grenslaag naar binnen getrokken wordt, en de theorie leert dat er gevallen moeten zijn, waarin die kracht zelfs meer dan voldoende is, om een uitzetting der stof te beletten. Dan moet er nog door uitwendige krachten aan het oppervlak der stof getrokken worden, er moet dus een negatieve druk bestaan, als niet dooi de attractie het volume kleiner zal worden. Dit geval van een negatieven druk leerden wij reeds in § 205, f kennen.

Zoo geeft de theorie van van der Waals van vele eigenschappen, niet alleen van gassen en dampen, maar ook van vloeistoffen rekenschap. Zij werpt ook licht op de voorwaarden, onder welke de stof uit den eenen aggregatietoestand in den anderen overgaat. Zij leert dat beneden een zekere temperatuur twee toestanden van verschillende dichtheid onder denzelfden druk mogelijk zijn, waarvan men den eenen gasvormig en den anderen vloeibaar kan noemen, en dat boven die temperatuur de stof bij samendrukking homogeen blijft; kortom, zij verklaart het bestaan van een kritische temperatuur.

Hoe hoog deze is, hangt zoowel van de molekulaire uitgebreidheid als van de grootte der molekulaire aantrekking ai,