Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een ruimte van 1 liter gebracht, zou deze laatste gasmassa bij 15° C. een druk van 0,69 atm. uitoefenen.

Wij moeten hierbij vermelden dat er vele afwijkingen van de wet van van 't Hoff zijn waargenomen; wij zullen evenwel in de eerstvolgende § § daarvan afzien.

§ 296. Molekulaire beweging eener opgeloste stof. Hoe is de merkwaardige gelijkheid te verklaren, die in de wet van van 't Hoff wordt uitgedrukt ? Wij weten dat de druk vau een gas wordt teweeggebracht door de njtsingen der molekulen en dat de wet van Avogadro haar grond heeft in de gelijkheid, bij dezelfde temperatuur, van de gemiddelde kinetische energie der molekulen van verschillende gassen. Alles zou nu begrijpelijk zijn, wanneer mocht worden aangenomen: 1° dat de osmotische druk wordt teweeggebracht door de botsingen van de deeltjes der opgeloste stof tegen den halfdoordringbaren wand, 2° dat de werking dier botsingen op dezelfde wijze als de druk van een gas bepaald wordt door het arbeidsvermogen van beweging der molekulen, en 3° dat de gemiddelde kinetische energie van een molekuul der opgeloste stof even groot is als die van een gasmolekuul bij dezelfde temperatuur.

Er is veel dat voor dit laatste pleit. Theoretische beschouwingen die hier achterwege moeten blijven, hebben tot de uitkomst geleid dat de gemiddelde kinetische energie vau een molekuul in den eenen aggregatietoestand even groot is als in den anderen, als zij maar bij dezelfde temperatuur vergeleken worden. Hoewel die beschouwingen nog niet zooveel bewijskracht hebben als men zou kunnen wenschen, geven zij toch een krachtigen steun aan de derde hypothese, wanneer het noodig is, deze ter verklaring van 't bedrag van den osmotischen druk in te voeren.

Dat verder deze druk door de botsingen van de deeltjes der opgeloste stof wordt veroorzaakt, kan wel is waar bezwaarlijk in het algemeen worden aangenomen, maar zou toch waar zijn bij een wand van een bijzondere structuur. Men kan zich nl. een uiterst dnnne vaste schijf verbeelden met zoo vele openingen of liever met zoo weinig vaste stof daartusschen, dat hij elk watermolekuul doorlaat, maar aan de deeltjes der opgeloste stof

Sluiten