Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(hetzij omdat die te groot zijn, hetzij omdat de wand ze op een afstand afstoot) den doorgang verspert. Tegen zulk een wand zou het water in het geheel niet drukken. De deeltjes der opgeloste stof daarentegen zouden er tegen botsen en men kan aantoonen dat zij daardoor een druk zouden uitoefenen, die op dezelfde wijze als de spanning van een gas van de kinetische energie der molekulen afhangt.

In werkelijk voorkomende gevallen is allicht het mechanisme geheel anders. Het is mogelijk dat de wederkeerige aantrekking tusschen de molekulen van het water en van de opgeloste stof de hoofdrol speelt. Deze kan eensdeels de deeltjes der opgeloste stof uit de grenslaag naar het binnenste trekken en hen aldus beletten bij den vasten wand te komen; aan den anderen kant kan de aantrekking ten gevolge hebben dat het water, aangetrokken door de opgeloste stof, zoo lang naar de zijde o-edreven wordt waar deze zich bevindt, tot een drukverschil

o

van bepaalde grootte ontstaan is. Onder zekere vereenvoudigende onderstellingen kan men ook nu alles berekenen; men vindt dan weer dat de osmotische druk ten slotte bepaald wordt door de molekulaire snelheid der opgeloste stof. Trouwens, wanneer de stelsels molekulen van dien aard zijn, dat er van zelf een evenwichtstoestand ontstaat, moet de grootte van den osmotischen druk bij eiken half-doordringbaren wand dezelfde zijn (§ 294").

Alles samengenomen mogen wij wel in de wet van van 't Hoff het bewijs zien dat de gemiddelde kinetische energie van een deeltje eener opgeloste stof even groot is als die van een gasmolekuul bij dezelfde temperatuur.

Het wordt op deze wijze mogelijk, voor elke opgeloste stof de gemiddelde snelheid der molekulen te berekenen en verschijnselen te bestudeeren, die daarmede samenhangen. Als voorbeeld daarvan noemen wij hier de diffusie. Is een oplossing op de eene plaats meer geconcentreerd dan op de andere, dan zal de molekulaire beweging dit verschil doen verdwijnen; zelfs zou dit zeer snel gebeuren, als niet de molekulen der opgeloste stof telkens door een watermolekuul werden tegengehouden. De snelheid der diffusie hangt af van de molekulaire snelheden en de engte van den weg dien een molekuul doorloopen kan vóór het

Sluiten